Weer veel OLAT-wandelaars op deze ongewoon winterse editie

De Bossche 100: een tocht met hindernissen

Nog nooit is er een Bossche 100 afgelast. Maar deze keer hielden we onze adem in vanwege de winterse omstandigheden van de afgelopen weken.

Op een oude laptop (Windows 2000) heb ik de geschiedenis van de B-100 nog eens bekeken om in de stemming te komen voor deze 23e editie. Daaruit kwam naar voren dat de weersomstandigheden grotendeels de zwaarte van de tocht bepalen. Regen, windkracht 7 en een lage temperatuur zijn funest. Het parcours verschilt ieder jaar, maar dat is niet de grootste boosdoener.

Nieuw bestuur

De inschrijving is 9 november geopend en binnen een paar dagen zijn de 110 deelnemers die mogen meedoen genoteerd. Aanmeldingen daarna worden op de reservelijst gezet. Het is de eerste B-100 met een nieuw bestuur. Vorig jaar waren Joop Reichenfeld en Boetje Huliselan mee om ingewerkt te worden in de geheimen en het succes van de Bossche 100. Er zitten veel OLAT-mensen in het verzorgingsteam, dat onder andere de tien wagenrusten onderweg verzorgt. Ook een flink aantal OLAT-wandelaars op pad, zodat Ad van Asten de eerste lijst voor het Clubkampioenschap 2010 kan maken. Vorig jaar was er vlak langs de rivier de Dommel een sluippaadje onder de snelweg A2 door. Wat zullen we deze keer voor verrassingen tegen komen? Want Joop is het hele jaar bezig, als hobby, om kruip-door-sluip-door paadjes te vinden. In de loop der jaren verdwijnen wandelpaden; er komen ook steeds nieuwe voor in de plaats. We beginnen en eindigen al jaren op hetzelfde adres: sportvereniging CHC/Orka, achter het Bossche station. De wandelaars die met de trein komen worden van het station opgehaald en de volgende dag weer weggebracht.

De verkeerde kant op

Na een humoristische toespraak van Boetje – staande op de open achterklep van de bagagewagen die alle weekendtassen (van de 110 deelnemers plus de vier voorlopers en twee pijlafhalers) vervoert naar de drie binnenrusten onderweg – beginnen we op vrijdagavond 22 januari om 22:00 uur aan de 23e Bossche 100. Het is koud, ongeveer nul graden, donker en droog. We zijn halverwege de eerste wagenrust als de kop van het peloton een pijl naar rechts – een zandpad – mist. De hele kudde volgt en ondertussen halen de pijlophalers de pijlen weg, omdat ze denken dat iedereen gepasseerd is op de bewuste afslag. Dat is ook zo, maar wel de verkeerde kant op. Gelukkig hebben enkele ‘slimme’ wandelaars onraad geroken; zij bestuderen hun boekje met de routebeschrijving en zien dat ze naar de verkeerde brug over het kanaal gaan of er al voor staan, terwijl ze geen pijlen zien. Dan maar terug over het fietspad naar de goede brug. De pijlophalers zijn hier ondertussen ook al langs geweest. Dan geeft het routeboekje uitkomst. Even later zijn ook de pijlophalers gewaarschuwd en houden zij een ingelaste pauze om ons te laten passeren. Het begint al goed met een behoorlijke achterstand in het schema. Gelukkig is het prima wandelweer: rond het vriespunt en droog. De sneeuw is overal weg en we hebben geen harde bevroren paden

Bezaaid met molshopen

Toch mis ik nog twee keer met vele andere deelnemers een afslag, al vóór we de eerste caférust bereikt hebben. Hier arriveer ik pas iets voor 03:00 uur en om 03:15 uur mag iedereen al vertrekken. Als we buiten zijn, komen er nog enkele wandelaars aan die naar binnen gaan. We zijn in Tilburg-Noord en de volgende binnenrust is in ‘s Gravenmoer. Nu volgen er lange, hobbelige graspaden bezaaid met molshopen die deze keer niet bevroren zijn maar wel voor ‘bijna-struikelpartijen’ zorgen. Deze lange stukken worden onderbroken door drie wagenrusten. Op één ervan krijgen we een bakje boerenkool (met spekjes). Smaakt uitstekend, al vond ik de worst veel te zout. Deze keer wakker gebleven en de route goed kunnen volgen. Er zijn veel bekenden; meestal wandel ik gelijk op met Ton de Jong. Het is al een tijdje wat lichter aan het worden. We wandelen nu naar de tweede caférust: ‘t Trefpunt in ‘s Gravenmoer, op 61 kilometer. Als ik daar aankom is het bijna 09:00 uur. De soep en de cola is vlug besteld en uit de weekendtas komen weer de pannenkoeken van thuis. Om 09:30 uur is het opstaan en wegwezen. Het parcours is nu makkelijker te overzien: lange koude polderwegen in de richting van de Loonse en Drunense duinen. Straks in de bossen hebben we meer beschutting, maar ook de zandvlaktes zullen niet vermeden worden. Wagenrust nummer 8 is nog in de bossen. Hierna komen de zandduinen en kunnen we ‘genieten’ van een prachtig stuifduinenlandschap. We komen langs en door mooie mosveldjes, bosschages, heide, droge vennetjes, dode berken en zand – veel zand. Heuvel op, heuvel af, met andere woorden: het is klunen en kloten, hijgen en stilstaan (voor foto’s) op dit gedeelte van het parcours. Nog een stukje bos en we zijn bij ‘De Rustende Jager’ – en een rustpauze hebben we wel verdiend na 81 kilometer. In tegenstelling tot andere jaren trek ik in iedere binnenrust mijn schoenen uit en geef m’n voeten even de vrijheid om uit te dampen. Het is hier gezellig druk met wandelaars en bekenden.

Klapstoeltjes

Na een half uurtje is het tijd om op te stappen. In het boekje van de parcoursbeschrijving lees ik ‘omhoog, omhoog, zandrug volgen, naar beneden, zandvlakte, mountainbikepad’. We worden niet gespaard. Gelukkig nog minder dan 20 km te gaan. Op 88 km een wagenrust met klapstoeltjes, waar dankbaar gebruik van wordt gemaakt. Voor mij is het hier bekend terrein. We gaan over een paar heuveltjes die ik anders in de training links laat liggen. De tiende en laatste wagenrust komt in zicht. Even rust en dan verder voor de laatste kilometers. Het is ondertussen 15:30 uur. Vanaf hier is het mogelijk om een extra lusje te wandelen voor een stempel in het Long Distance-boekje. Maar dan moest je hier wel vóór 15:15 uur zijn. Nu steken we de weg over en gaan terug naar de finish. Niet linksaf de brug op, maar via een andere route met nog wat bos en heuveltjes. Achter het station, tussen nieuwe appartementengebouwen door, komen we steeds dichter bij de finish. Het is een koude, gure dag geweest, met in de laatste uren een spatje regen. De mensen op de wagenrusten moeten het ook koud gehad hebben. Het begint te schemeren als we tegen 17:00 uur binnenkomen. De weekendtassen die mee zijn geweest staan al in het rek voor de ingang. Ik pak m’n tas en ga eerst douchen. Daarna afmelden, naar de kantine voor een drankje en een praatje. De traditionele Bossche bol neem ik mee naar huis voor zondagmorgen bij de koffie.

-Klaas Bakker-

uit Olat nieuws maart 2010