22ste Bossche 100 KM

Eind januari, is voor een uitverkoren lange afstandswandelaar de winterstop afgelopen en mag hij/zij er weer stevig invliegen voor de rest van het jaar. Ik was (gelukkig weer) 1 van die 110 geselecteerden die mochten deelnemen aan de tocht der tochten in Nederland. De Stichting stelt alles in het werk om er telkens weer een memorabele wandeling van te maken door de combinatie van parkoersselectie en de tijd van het jaar.

Zo tufte ik die vrijdagavond, na nog even de hoogtepunten van het journaal meegepikt te hebben, naar het 1 uur verder gelegen ‘s Hertogenbosch. En, ondertussen voor de 4e keer op rij, leverde het de nodige chauffeursirritatie op om de voetbalkantine te bereiken ondanks de navigatieapparatuur. Men moet weten, je moet dwars door Den Bosch met z’n 1-richtingsverkeer om de CHC-kantine te bereiken en met de nodige wegwerkzaamheden, wordt het alleen nog maar problematischer. Dit soort potentiële problemen incalculerend, kom ik toch nog ruimschoots op tijd aan om de nodige koffie en wat eetbaars achter mijn kiezen te stoppen. Als om 21.45 u. de wandelaars wat nerveuzer worden en langzaam de buitenlucht opzoeken, heeft de lokale bridgeclub het café-rijk weer voor zichzelf. Een 5-tal minuten voor het startschot valt, worden nog de laatste aanwijzingen door de organisatie verstrekt, een checking van het verplichte reflecterend materiaal, en we kunnen Den Bosch uitstappen. Zoals steeds in ‘t begin stormt een massa naar voor en begint deze meute stelselmatig zijn eigen tempo te vinden. De 1e kilometers lopen over voet-, fiets-, en grindpaden en ik begin mij zorgen te maken. Heeft de parkoersmaker zijn leven verbeterd? En dit met de regenbuien die ons deze vrijdag geteisterd hebben? Na een 9-tal km. bereiken we de 1e wagenrust en warmen we ons op met een koffie. De bijbehorende bokes kunnen op weg naar de 2e rust wel verorberd worden. En dan een pad een Bossche 100 waardig: een zandpad, zo vettig dat het lopen een Echternachprocessie wordt.

Ondanks de weervooruitzichten, valt er geen extra regenwater bij. Een strakke, koude wind moeten we echter wel trotseren maar onder een met periodes heldere sterrenhemel, kunnen we ons toch voldoende verwarmen. Na 3 wagenrusten en 30 km. verder, bereiken we de 1e van 3 caférusten in Esch. Hier, in „het Essche Pumpke, is het om 03.00 u. nog erg rustig aangezien de meeste wandelaars die me voor waren, hun 1e van 3 extra lusjes doen om hun Bossche 100 te upgraden tot 110 km. en zo in aanmerking te komen voor een zogenaamde „long distance-erkenning. Omdat ondergetekende dorst heeft, worden er snel 2 cola’s afgerekend en kunnen de voor even schoenloze voetjes omhoog. Iedereen is op tijd binnen en zo kan om 03.45 u. de groepsstart gegeven worden voor het 2e deel. Aangezien de fam. Martens na 13 jaar organiseren de fakkel doorgeeft, worden ze vlak voordat het startschot valt, nog even door hun opvolgers en ons herdacht d.m.v. een karikatuur en een mega bossche bol – formaat onze moorkoppen maar dan factor 50.

Terug op pad laten we snel het bewoond gedeelte achter ons en via grindpaden belanden we op zompige weilanden. Om niet weg te zakken, stapt iedereen stevig door springend van graszode naar plag. Opeens stevenen we recht op de snelweg af. Vlak voor de autoweg worden we opgevangen door de organisatoren met de instructie om onze felle ledlampjes te doven en zo te voorkomen dat de auto’s ineens rare bokkensprongen zouden doen. Ook behoeden ze zo de waaghalzen die het in hun hoofd zouden halen de autostrade te dwarsen.. Nee, de bedoeling is het taludje af te zakkenen dan door een 1 meter hoog tunneltje naast De Dommel die door de regenval ook wat in volume toegenomen is, de andere kant van de snelweg te bereiken. Daar de dijkhelling terug op en men kan verder „huppelen over de wei. Parallel met de weg die we gisteren met de auto gedaan hebben, lopen we via Vught de zuidelijke regionen van Den Bosch opnieuw tegemoet. Nog net op de valreep van de nacht, serveert nog een wagenrust ons „ontbijt. Rekening houdende met deze koude periode van ‘t jaar is dat boerenkoolstamppot met een ½ rookworst.

Van Den Bosch gaat het richting Berlicum en, ondanks dat mijn looptempo niet vertraagd is, is de kans vrij groot dat ik de voorgestelde doorkomsttijd niet haal. Eén schrale troost, als de organisatie het spel hard speelt, zijn er een hele hoop die vanuit het Berlicumse pannenkoekenhuis „De Pimpernel na een tocht van 61 km. niet meer mogen starten. Om 09.20 u. stap ik over de drempel van „De Pimpernel. Alle commotie voor niets, want iedereen zit nog lekker achterover. De 2e en laatste gezamenlijke starttijd is verlaat tot 10.00 u. Vreemd, berekent de organisatie de 2e lus qua tijd dan toch te krap, want vorig jaar kwam ik ook in de reservetijd aan en ook toen werd de starttijd verlaat.

Terug op pad, met een lekker winters zonnetje op je bol, blijven we in een grote bocht om ‘s Hertogenbosch heenlopen. Een Bossche 100 is er geen zonder zandstuifgebied en dus mogen we in de buurt van Rosmalen gaan ploeteren duin op, heuvel af in die zandbak. Iedereen doet een poging om een zo hard mogelijke ondergrond te vinden, maar erg succesvol is dit niet. Na het zwoegen in al dat losse zand komen we na een tijdje weer in de bewoonde wereld en bereiken we, na Nieuw Empel doorgestapt te hebben, Oud Empel. Hier, in de “Lachende Vis” hebben we onze laatste verplichte caférust. Op deze 3e halte is er geen groepsstart meer, maar is iedereen wel verplicht een ½ u. te wachten vooraleer verder te stappen. De “Vis” heeft speciaal voor de stappers zijn feestzaal open gegooid, zodat niet alleen de stamgasten maar ook wij op een stoel kunnen plaatsnemen.

Op dit moment (14.00 u.) begint iedereen de vermoeidheid te voelen en niet alleen ik knikkebol. Gevolg is, dat ik het na 20 min. voor bekeken hou, mijn bagage in de vrachtwagen gooi en terug op pad ga.
Met nog 15 km. voor de boeg beginnen we aan het 4e en laatste stuk. Flirtend met de grens tussen de provincies Noord-Brabant en Gelderland lopen we langs de Maas. Normaal zouden we over strandjes, weilanden en prikkeldraad passeren, maar het blijft vandaag bij voet- en fietspaden. Reden van dit alles is dat het zelfs in de ogen van het Bossche 100-bestuur te drassig voor ons is. Via een sluizencomplex belanden we bij een aantal wooncomplexen, die eruit zien als kastelen. Eentje, waar de volgende wagenrust zich bevindt, heeft zelfs een heuse slotgracht. Echter de open haard is hier vervangen door een inox stoomoven en andere 21e eeuwse attributen. Voor dat we opnieuw ‘s Hertogenbosch induiken, passeren we nog even het recreatiegebied “Engelermeer”.

Maar om dit plassengebied te kunnen betreden, moet men een damwand passeren en die zorgt ervoor dat een erg select publiek toegelaten wordt. Een serieuze haas haalt het nog net! Hier kunnen we nog even genieten van de rust om daarna bij de laatste, 10e wagenrust, nog wat drinkbaars in ons keelgat te gieten, via een fietspad de verkeersring van Den Bosch te overbruggen en terug in de bewoonde wereld te belanden. Met aan de ene kant een semi-industriegebied en aan de andere zijde een woonwijk welke daarna overgaat in een aantal sportvelden – nog even een bruggetje over – komen we na een dikke 19 u. terug aan in de CHC voetbalkantine. Na het uitreiken van de overwinningsbescheiden – een diploma, een comsumptiejeton en natuurlijk de beroemde bossche bol – belanden we nog even in de kantine om de “giften in natura” te verorberen.

Aangezien ik vanavond mijn gezicht ook nog even moet laten zien in “tatteneum” in Turnawt, struinen we om 17.45 u. richting douche om dankzij de warme stralen onze vermoeide spieren te masseren. Terug de oude Rudy en met nog een uur rijden voor ik de “Ring van Turnawt” oversteek, gooi ik in de auto de passagiersstoel plat om aan mijn schoonheidsslaapje te beginnen. Tegen je voorganger geplakt zitten of “lieftallig” met je vierwieler een boom omhelzen, is ook niet zo goed voor je tijdsplanning. Uiteindelijk belanden we omstreeks 21.00 u; op het Boomgaardplein. Eenmaal in de eetzaal van het atheneum, waar het nog gezellig druk is, heb je het gevoel in een warm nest terecht te komen. Na nog even backstage de nodige mensen begroet te hebben, kunnen we op zoek gaan naar een vrije stoel met voor mijn neus een Miko filterkoffie, mijn favoriet merk op wandeltochten.

Helaas is onze A.W.S.V. 1 van de weinige distributeurs op dit soort uitstapjes. Zolang de nodige conversatie met de diverse medeleden gevoerd wordt, gaat het goed en blijf ik wakker. Eenmaal een moment alleen aan tafel, vallen mijn rolluiken dicht. Om 22.00 u. verdwijn ik met stille trom naar plekken waar ik mij horizontaal kan neervlijen en zit mijn 22e Bossche er definitief op.

 Rudy Van Bruggen