22ste Bossche – 100 , ……..met bermbom.

Zondagmorgen 25 januari, lekker uitslapen na de Bossche – 100, Annie vanwege haar 100+10 km lopen, en ik vanwege het in de kou staan als verzorger.

In Oranjewoud organiseerde Staatsbosbeheer samen met museum Belvédère een anderhalf durende boswandeling onder leiding van een boswachter. Toen we nog even zaten te wachten op deze boswachter zegt er een man bij ons aan tafel, terwijl hij onder de tafel keek, ja hoe durft ie, tegen Annie: “Nou op zulke schoenen kom je ook niet ver” en wees naar haar schoenen. Hij had n.l. de laarzen meegenomen, dacht zeker dat we in Oranjewoud gingen wadlopen. En op wat voor schoenen liep Annie, op dezelfde als waar ze de Bossche – 100 op had gelopen. Deze man had dus van wandelen echt geen ‘kaas gegeten’. Van de parkeerplaats naar het museum vond hij al ver lopen. We hebben er maar niet opgereageerd.                                                                                                                                                                 

Na anderhalf uur slenteren en luisteren naar een veel te zacht sprekende Staatsbos-vrijwilliger waren we weer terug bij het museum.

Deze wandeling stelde niet veel voor, van een paar sparren werd het een en ander verteld en er werd wat gemurmeld over een paar mooie landhuizen.

De beker warme chocolademelk met gebak die we tegoed hadden hebben we eerst maar opgemaakt, alvorens de Friese schilderkunst te gaan bewonderen. Kunst en kunst zijn natuurlijk wel twee verschillende dingen, maar wat hier hangt…………

Als het wandelen en het camperreizen ons nog eens gaat vervelen, dan ga ik ook schilderen.

Onder de gemaakte ‘prenten’ zet ik dan de naam Johannes Vandermeeren, geboren in de vorige eeuw en woonachtig in Hooltpae.

Ik durf haast te wedden, dat mijn kunsten hier niet zullen opvallen.

Conclusie: zolang jullie ons nog zien wandelen, zullen we ‘Oranjewoud’ niet aanbevelen, alhoewel, smaken kunnen verschillen.

Tja, het was wel wat koud in Den Bosch. En dan ook nog, ‘Mit de kiepen op bedde gaon’, was hier geen sprake.

Nee, om ruim honderd fanatieke kuieraars(ters) overeind te houden moest ik met anderen ongeveer 20 uur in de kou staan.

Niet mit de kiepen op stok, maar als een peerd met de kont in de wiend staon bibberen.

Maar wees gerust, het was niet ongezellig. Ook mag ik niet klagen, omdat ik zelf m’n hulp al eens had aangeboden.

Zoals ik het heb ervaren, is alles best goed verlopen. Ja, wat heet best goed verlopen, er waren er nog al wat die zich ook best goed hebben verlopen, verkeerd gelopen dus. Eigen schuld, dikke bult.

De mannetjes en vrouwtjes die dit alles hebben georganiseerd verdienen een pluim, ’t was mooi.

Echter, het had heel anders kunnen aflopen. Alvorens we op verzorgingspost nr. tien ons installeerden, moesten eerst nog enkele (gebruikte) ‘kapotjes’ worden verwijderd, je zult met je stramme poten, waarin bijna 100 km zit opgeslagen maar uitglijden over dit ‘smeersel’. Ook dat zit in onze taakomschrijving.

Eén ‘van de onzen’ raakte schijnbaar zo overstuur, dat hij inplaats van de warm-water-ketel de complete gasfles op het gasstel zette!! Gelukkig was een ander ‘van de onzen’ nog wat wakker en kon ‘een ramp’ worden voorkomen.

Een meevaller is natuurlijk wel, dat als het al was misgegaan, de wandelaar er niks van had ontdekt. Ze hadden alleen de post gemist, omdat deze de lucht was ingegaan, vanwege een geplaatste ‘bermbom’.

Zo zie je, het leven van een verzorger gaat niet over rozen.

Maar zoals het met vele sprookjes gaat, ook hier een Happy End.

 

Joop van der Meer