Een snel rondje
Na twee weekeinden vol stevige wandelingen in Beernem, Tilburg, Zwijndrecht en Lage Mierde ging ik met een gerust hart op stap voor de 22e Bossche Honderd. Met liefst 117 deelnemers, waaronder veel debutanten, vertrokken we om tien uur vrijdagavond langs de rand van Den Bosch en over de fietsbrug over de A59 naar het Engelenmeer.
Dat begreep ik niet helemaal, want even verder in Vlijmen staken we diezelfde A59 weer over in zuidelijke richting. Via Nieuwkuijk, Helvoirt, behoorlijk wat verharde wegen en wat modderige rivieroevers bereikten we diep in de nacht het benauwde café het Essche Pumpke. Een man die voor ’t eerst mee deed en Gert Bakker en Bart Snoeren vergezelden mij op het korte extra lusje door het dorp en wederom over de oevers van de Essche Stroom.
Tot Esch bleven de sokken droog en bij vertrek vanuit dit 30 kilometerpunt waren de meeste lopers nog fit. Toch begonnen we steeds meer rivieroevers te volgen, waarbij het onderscheid tussen oever en rivier niet altijd duidelijk was. Het water (en soms de modder) stond regelmatig tot ver boven de enkels. Of zoals Ties van de Berg zei, tot aan de knieën (maar hij is een paar decimeter korter). Vlak na de rust mochten we onder de A2 door kruipen via een modderig talud naast een gevaarlijk hoge rivier.
Via de Dommel kwamen we steeds dichter bij Den Bosch en via
de modderige grasdijken van het Bossche Broek liepen we de zuidelijke stadsrand
in. Langs de Noorderplas verlieten we aan de oostzijde de stad weer, liepen
rechtop door een tunneltje waar we tien jaar terug nog eens onder de A2 door
kropen en bereikten we het pannenkoekenhuis op
Terug bij het pannenkoekenhuis in Berlicum was er voor veel lopers tijd genoeg voor een pannenkoek, aangezien er diverse lopers erg laat waren. Die hadden een flink stuk verkeerd gelopen nadat ze een pijl over het hoofd zagen. Vanaf de rust was er een relatief saai stuk uitgezet via Kruiskant naar Empel. De geplande route langs de Dommel was te nat (ik stel me dan minimaal dertig centimeter water of zo voor) en het alternatief was bos, een stukje stuifzand en heel veel woonwijken.
Bij eethuis De Lachende Vis in Empel bleek hoe snel dit deel van de route was: bijna de hele groep liep nog bijeen. De normale spreiding ten gevolge van modderige paden en gemiste pijlen bleef uit. Het niet gepijlde extra lusje door Empel langs ondermeer de bolwoningen uit de jaren negentig was moeilijk te volgen, waardoor een enkeling onbedoeld wat af sneed. De laatste krap twintig kilometer viel er minder af te snijden en waarom ook? Dit traject, via de Maasoever, de moderne kastelen en het Engelenmeer was bijzonder leuk om te lopen.
Ten noorden van Den Bosch hebben slimme projectontwikkelaars een polder omgebouwd tot een enorm recreatiegebied met wandelpaden, een golfbaan, een sportpark en inmiddels zeven moderne kastelen. Ieder kasteel bestaat uit tientallen woningen en ieder kasteel heeft zijn eigen bouwstijl. Hoewel de ene bouwstijl ons meer beviel dan de andere en men wel een liefhebber moet zijn van moderne architectuur, was het zeer leuk om langs, om en door diverse kastelen te lopen.
Ook de natuurrijke oevers van het Engelenmeer droegen bij aan een leuk slot van deze tocht. En de bedoeling van de vreemde start werd duidelijk: voorbij het meer bij de laatste verzorgingspost staken we de A59 weer over via dezelfde fietsbrug als in het begin. We hadden na totaal 98 plus driemaal drie kilometer Den Bosch helemaal rond gelopen. Via wat parken en woonwijken bereikten Ties van de Berg (met wie ik de tweede helft liep) en ik de finish. Daar stond een Bossche Bol voor ons klaar en kochten we ’t nieuwe model van de badge voor vier luttele euro’s.
De laatste Bossche Honderd onder leiding van de familie Martens was een snelle en niet al te zware editie. Dat was mede te danken aan de parcourswijzigingen in het derde traject en aan het heldere en droge weer. De regen van de afgelopen week had de grond flink doorweekt, maar alles boven de knieën bleef droog. Al snel na de finish reed ik naar huis. Ik kon alle rust goed gebruiken. Gelukkig kon ik die nacht zonder probleem 10,5 uur aaneen slapen.
Ik had voor zondag twee opties. Met alle plezier had ik de Rhoonse Griendentocht gaan lopen, maar ik voelde me zaterdagavond en zondagochtend nog redelijk fit en besloot één van mijn oudste en minst scherpe PR’s eens aan te vallen. De 25 kilometer prestatietocht van de s.v. de L.A.T. staat ieder jaar in ditzelfde weekend gepland en volgens mij liep ik er hooguit ooit 2.42. Een nieuw PR zou na de 107 kilometer van gisteren niet scherp zijn, maar onder de 2.40 lopen moest mogelijk zijn.
De warming-up hield ik vandaag kort: het bloed moest weer door de spieren gaan stromen, maar ik wilde niet te veel energie kwijtraken voor de start. Net als vrijdagnacht en zaterdag was het erg koud en op het rondje van 2,5 kilometer rond de Radioweg in Amsterdam waren de temperatuurverschillen enorm. Voor de wind kon je beter in T-shirt lopen, maar de terugweg vanaf de ijsbaan was door de tegenwind adembenemend koud. Ik besloot er het trainingspak maar bij aan te houden.
Vanaf het startschot liep Marcelino snel weg. Marcel, Liesbeth, Dennis en Frank bleven echter voor me hangen, waardoor ze de eerste vier ronden een mooi constant tempo aan konden geven. Tot mijn verbazing liep het best goed en kon ik de eerste drie rondes bijna exact op de 15 minuten blijven. Vervolgens sloeg het verval toe: er volgden twee rondes van 15.45 en de laatste vier liep ik in dik zestien minuten. Maar dit verval viel mee en de rondetijden bleven stabiel.
Het was alleen vervelend dat Marcel niet in te halen was, maar die loopt regelmatig een stukje hard. Bij ieder keerpunt, bij de rechterbocht de athletiekbaan van AV’23 op, telkens trok hij weer een gaatje met een pas die het midden hield tussen de beroemde Ger Reneerkensshuffle en hardlopen. En het viel me steeds moeilijker dat gat te dichten. Tegen het eind begon het, waarschijnlijk omdat Marcel moe begon te worden (hij liep ook in Den Bosch), meer op wandelen te lijken. Maar hij blijft voordeel trekken uit zijn slechte techniek.
De vele Amsterdammers bleken onderweg een nog grotere hinder dan de kou. Marcel liep vol tegen een jongetje op dat niet uitkeek met het oversteken van het fietspad. Even later konden enkele vette papzakken op het voetbalveld niet nalaten wat respectloze opmerkingen naar ons te roepen: als ze half zoveel energie in hun spel hadden gestoken, hadden ze wellicht gewonnen.
Tenslotte stak een groep jonge sporters de ingang van het sportpark over en keek daarbij niet op of om. Ik raakte de achterste van de groep hard op zijn hak en zijn rugzak. Het is blijkbaar te veel werk om om je heen te kijken en rekening met andermans sportevenement te houden. Plots was hij echter vol aandacht voor de snelwandelaars en kon hij me de nodige scheldwoorden toeroepen.
De laatste twee rondjes begon ik behoorlijk moe te worden en voelde ik mijn bloedsuikerspiegel hard zakken. Een rolletje Dextro Energy wat ik in mijn zak had gestoken en wat Reine Claude-ranja van de organisatie hielden me op de been tot ik na 2.37.56 tevreden over de finish kwam. In Den Bosch had ik me redelijk in gehouden en daardoor had ik voldoende over voor de prestatietocht van 25 kilometer.
De vele trainingsarbeid in januari betaalde zich terug. Na twee PR’s in december op de tien en twintig kilometer kon ik de winning streak voortzetten op de 25. En de Bossche Honderd werkte daaraan ongewild mee, omdat ook dat letterlijk een heel snelle ronde bleek.
Frans Leijtens