Klaas Bakker loopt zijn 21e Bossche 100

Warme rijstepap maakt de ontberingen goed

 

Ik pak m’n tas in voor de 21e Bossche 100. Wat neem je allemaal mee? Meestal – gelukkig maar – heb je alles wat je meeneemt niet nodig. Een paar extra schoenen gaan zeker mee. Na de tocht heb ik die aan, schoon gepoetst en warm, zodat ik op weg naar huis niet meer word herinnerd aan de ontberingen van de voorafgaande uren.

 

Vrijdagmorgen voordat wij ‘s avonds aan de tocht beginnen, belt Boetje. Hij is aan het uitpijlen samen met Joop Reichenfeld en Bart van der Kraan, tussen Lennisheuvel (ons tweede rustcafé) en Biezenmortel (de laatste binnenrust). “Trek laarzen aan”, waarschuwt hij: veel modder, plassen,  ondoorwaadbare plaatsen op de ‘te bewandelen’ paden, naast slapende takken, boomwortels, stronken. Dat is niets uitzonderlijks voor een Bossche 100, dat hoort erbij, we zien wel.

 

De start- en finishlocatie is al jaren dezelfde: de kantine van voetbalvereniging Concordia op ongeveer 1500 m achter het station van ‘s-Hertogenbosch. Om 22.00 uur precies, na een bemoedigend woord van Regina Martens, vertrekken we met 110 wandelaars, het maximaal toegelaten aantal. We lopen richting treinstation, dan via de Noordwal en de oevers van de rivier de Aa. Enkele jaren geleden kwamen we langs deze weg de stad binnen; nu gaan we de stad uit via deze route. Er is een bijna volle maan, er staat veel wind, maar die is nu meestal in ons voordeel. De temperatuur is ‘hoog’ voor deze winternacht.

Nu geen bevroren modderpaden. Het is wel nat, veel plassen en modder op de onverharde wegen. Ik glijd met twee voeten in een diep wagenspoor; kletsnatte voeten. Maar na tien minuten ben je het alweer vergeten. Na twee wagenrusten en ergens een prachtig mooi betonnen fietspad door een bos, met de maan die door de bomen schijnt, zijn we in Eerde waar de eerste caférust is, na 30 kilometer. Hier de gebruikelijke drukte, en sterke verhalen over struikelpartijen, onzichtbare pijlen en geheimzinnige dwaallichtjes door donkere bossen.

 

Even na half vier in de morgen proberen we de route weer op te pikken. We gaan naar het hoogste punt van Brabant over een oude afvalberg – nu recreatieterrein. Ik let zelf niet altijd op de goede richting die gevolgd moet worden en wandel blindelings mijn voorgangers achterna, wat resulteert in een extraatje heen-en-terug. In de donkere uren nog een natte rechtervoet; daarna geen slippertjes meer gemaakt.

 

Nog vroeg in de morgen – het is nog donker – is er boerenkoolstamppot met worst. Dan begint het langzamerhand wat lichter te worden en komen we bij de tweede binnenrust in Lennisheuvel, niet ver van Boxtel. Hier doe ik iets ongebruikelijks: ik trek m’n schoenen uit met de nog natte sokken van de ‘ongelukjes’ die gemaakt zijn. Op de koude betegelde vloer voelt dat lekker koel en verkwikkend aan. Er is alleen erwtensoep, toch maar besteld, met cola. Verder twee pannenkoeken uit de tas.

 

De dagen voor het weekend voelde ik nog de naweeën van een lichte buikgriep en had uit voorzorg Paracetamol en Rennies meegenomen. Maar eenmaal onderweg nergens last meer van. Wandelen heeft blijkbaar toch een helende werking.

 

Er is 58 km afgelegd als we iets na half negen de deur uitgaan. Nu wandelen we door en over de Kampina, een prachtig heide- en natuurgebied maar ook met moerasachtige plekken en doorwaadbare doorgangen, waar Boetje al voor gewaarschuwd had. Laarzen heb ik niet meegenomen, ook geen droge sokken aangetrokken in de binnenrust, wetende dat ze waarschijnlijk toch nat zouden worden. Op één van de volgende wagenrusten is er warme rijstepap met krenten om het weer goed te maken.

 

Ik wandel nu met Piet van Buul; we zullen elkaar tot het einde blijven steunen om ruim binnen de gestelde tijd te finishen. Zelfs overdag, met de pijlen duidelijk zichtbaar, zijn er wandelaars die verkeerd gaan. Sommigen verdwalen nog in een doodlopende straat!

Eindelijk komen we bij de derde en laatste binnenrust in Biezenmortel (Udenhout) na 78 km. Ik merk nu wel dat er minder kilometers getraind zijn; sinds de vorige Bossche 100 heb ik geen lange tochten meer gewandeld. Even rust en een colaatje doen wonderen.

 

Om één uur in de middag gaan we met frisse tegenzin beginnen aan de laatste 20 km. Het is nu bekend terrein, wat niet altijd een voordeel is. De zon schijnt. Tussen de bomen, uit de wind, lijkt het wel voorjaar. Later in de middag zal de stevige wind koud aanvoelen. Wagenrust 9 en 10 worden aangedaan. Er is uitstekend voor ons gezorgd onderweg. Bij de laatste brug over het kanaal naar Vught staan Ad en Regina Martens ons op te wachten en krijgen we nog een bekertje limonade met een snoepje om de laatste kilometers door te komen.

 

Om kwart over vier stappen we de kantine van V.V. Concordia binnen. Na het douchen nog even naar binnen, een laatste colaatje, dan worden we naar station ‘s-Hertogenbosch gebracht, waar we de avond tevoren ook zijn afgehaald door de organisatie. De Bossche bol neem ik mee. Die wordt de volgende morgen bij de koffie met smaak naar binnen gewerkt.

 

-Klaas Bakker-