De
Bossche 100 was weer fantastisch
Ik
twijfelde of ik me wel opnieuw moest inschrijven voor de Bossche 100. Het kon
immers toch nooit zo mooi zijn als die eerste keer? Na vandaag weet ik het
zeker: deze tocht krijgt een vast plekje op mijn agenda. Want was wéér
geweldig, de route wéér ontzettend mooi en ik heb het opnieuw heel erg naar
mijn zin gehad.
Meteen
al bij de start speer ik ervandoor. Ik heb veel
energie en die wil ik gebruiken. Na een kort rondje door het centrum
komen we op een eerste graspaadje langs de Aa. Op een brug over het water draai
ik me om en zie een lang lint van dansende lichtjes de stad verlaten. Eenmaal
buiten de bebouwing wisselen akkerranden, zandpaden en stukjes asfalt elkaar af.
Bij de akkerranden is de grond erg ongelijk en moeten we opletten waar we onze
voeten zetten. Het is inspannend, maar de maan licht ons bij en ik vermaak me
prima. Ook de zandpaden vervelen niet. Ik wist niet dat er in Nederland nog
zoveel aaneengesloten zandpaden te vinden waren! Door het bos gaan we over
mooie slingerpaadjes, waarbij we onze lampjes echt wel nodig hebben.
Braamstruiken vormen niet alleen gemene struikeldraden, eentje haalt ook nog
eens mijn hand open. Ik merk het pas als ik tot mijn grote verbazing bloed uit
een paar forse schrammen zie wellen.
Hier
is uitbundig gepijld met om de paar meter een vertrouwd geel vierkant op een
dode tak geniet. Ik ben blij met mijn hoge schoenen, want ik hoef me niet te
bekommeren om de plassen en de modder die we af en toe tegenkomen. Bij de derde
wagenrust haalt Erik mij in en we lopen samen verder.
In
de eerste caférust heb ik ruim een uur de tijd voor we weer verder gaan.
Aangezien slaapgebrek mijn grootste tegenstander is op lange tochten, trek ik mijn schoenen en sokken uit en zoek een stil plekje
op om even te liggen. Zodoende kan ik opgefrist aan de volgende kilometers
beginnen. Nadat ik eerst nog een steentje uit mijn sok heb geplukt, volg ik het
lint wandelaars dat een steile heuvel op zigzagt. Vanaf de top hebben we een
spectaculair uitzicht over de omgeving. In het donker flonkeren de dorpen en
steden in de omgeving en ik sta even stil om te genieten. De nacht is heerlijk
fris en als er niet zo’n harde wind stond, had ik hier in T-shirt gelopen.
Mijn jas is veel te warm en ik neem me voor de zoveelste keer voor een dun
gevalletje te kopen.
Voor
Lennisheuvel lopen Erik, Adriaan en ik op een akker ergens verkeerd. Het is maar
goed dat Erik oplet, want ik ben zo druk in gesprek met Adriaan, die zich pas
vanmorgen heeft ingeschreven (zijn vrouw weet nog van niets!), dat ik niet
gemerkt heb dat we een pijl hebben gemist. Een aantal wandelaars denkt dat wij
goed zitten en zij verkeerd, en komt onze kant op. Als we de wandelaars achter
ons een zijpad zien inslaan, steken we de akker over en melden ons weer op de
route. Erik loopt dan ergens voor ons, en pas op een stuk asfalt kan ik
voldoende tempo maken om hem weer in te halen.

Het
ontbijt wordt geserveerd bij een knus kapelletje en Maria kijkt glimlachend neer
op smullende wandelaars. De boerenkool laat ik aan me voorbij gaan, veel te
zware kost zo op de vroege morgen, maar de rookworst smaakt prima. In café De
Trol in Lennisheuvel wordt het gezamenlijk vertrek wat uitgesteld. Adriaan is
hevig teleurgesteld, want hij wil graag om vijf uur weer thuis zijn, maar met
zo’n pruillip ben je bij mij aan het verkeerde adres. We zijn hier tenslotte
met honderd man en ik denk dat degenen die hier het lusje lopen het uitstel
zeker kunnen waarderen, zelfs al is Erik onwaarschijnlijk vroeg terug van zijn
rondje. In het ochtendlicht duiken we de Kampina in. Ik had een groot heideveld
verwacht, maar het golvende goudgele veld met hier en daar een knoestige
vliegden is ook schitterend.
De
wind is wat gaan liggen en we hebben waarachtig een blauwe lucht gekregen. Na de
heide volgt er bos, waar de wind aangenaam door de bomen ruist. Het ruikt er ook
zo lekker. Toch kijken we vooral uit naar de volgende wagenrust, die hier ergens
moet zijn. We beginnen zeker moe te worden! Ik weet van vorig jaar dat er bij
een van de wagenrusten die nog moet komen vlaflip wordt geserveerd en daar heb
ik nu echt trek in.
Bij
de laatste grote rust heb ik er alle vertrouwen in en prop mijn jas in de rugzak
die achter zal blijven. Omdat de route slechts 98,5 is en ik toch wel minstens
100 wil lopen, besluit ik het laatste lusje samen met Erik te lopen. In een jong
bos glijdt hij uit tegen een jong boompje, dat prompt met een luide knal in drie
stukken breekt. Het is maar goed dat het boompje al dood was, anders was Erik
teruggeveerd en had hij aan de andere kant ook onder de modder gezeten. Wanneer
we de echte route weer volgen en weer langs dezelfde plek komen, trekt Erik de
restanten van het boompje er met wortel en al uit om het karwei eens goed af te
maken.
Overdag
is de route net een OLAT-tocht op zijn best, een schitterende, bosrijke route
vol onverharde kronkelpaadjes. Dat is nu precies de reden dat ik zo graag van
Zwolle afzak naar het zuiden.
Bij
de laatste rust moet ik even zitten, al is het maar vijf minuten, terwijl Erik
juist niet kan zitten en liefst in één ruk doorstoot naar de finish. Erik gaat
dan ook alleen verder, al hoor ik even later dat hij gezelschap heeft gekregen
van Henk, die met de eveneens geblesseerde René vanaf de start de route heeft
teruggevolgd. René blijkt mij nog te kennen van de Nachtmars van de
Zuidwesthoek, vorig jaar, hoewel ik haar totaal vergeten was. Ik neem me voor
haar dit keer te onthouden.
Samen
met René vliegt het laatste stukje door de stad terug naar de voetbalvereniging
voorbij. Al met al heb ik geweldig genoten. Mijn dank aan de
parcoursbouwers en al die mensen langs de route en de vrijwilligers achter de
schermen die ons wandelaars zo uitstekend verzorgd hebben. Ik kom volgend jaar
zeker weer terug.
Nog
een heel kleine suggestie voor de volgende keer, niet echt heel belangrijk, maar
toch. Wil degene die de dameskleedkamers op slot doet, ook controleren of er
echt, zeker weten, 100 % overtuigd, check, check, dubbelcheck… niemand meer
binnen is?
-Rinda Scheltens-