25 januari 2008, Bossche honderd pijlen
Al
minstens anderhalve eeuw lang wordt er in het huis op de hoek (inmiddels
rotonde) Gommelsestraat en de Biezenmortelsestraat café gehouden. De
vroegere klompenmakerij, met daarbij een borreltje voor de liefhebbers, is
uitgegroeid tot een gemoedelijke en gezellige gelegenheid aan de voet van
de Loonse en Drunense Duinen en heet momenteel Café ’t Gommelen.
Om
vijf over negen werden we door Regina gesommeerd om daar aanwezig te zijn.
In een klein autootje worden we, Bart, Boetje en ik, gepropt en naar
het van oorsprong boerendorp Lennisheuvel vervoerd. Bij Café de Trol, met
een pratende kikker voor de deur, begint onze tocht.
We hebben weer dezelfde duidelijke taakverdeling als vorig jaar. Boetje draagt de pijlen, eigenlijk is hij vnl. aan het bellen met Klaas B., ik draag de ikea-tas met reserve-benodigdheden en lees de routebeschrijving en Bart niet.
Op
deze zonnige dag waait een koude wind, Boetje hult zich meteen in
handschoenen, oorwarmers en een pet. We verlaten Lennisheuvel en laten een
spoor van gele
pijlen achter ons. Na het modderpad langs de snelstromende Beerze,
bereiken we al snel het zeer uitgestrekte natuurgebied met afwisselend
droge en natte heide, bossen, beken en vennen, kortom de Kampina. Vandaag
niet paars gekleurd door bloeiende heide, maar geel van de pijpestrootjes
en voornamelijk nat.
Op
de Melaniedreef worden we aangesproken door een medewerker van
Natuurmonumenten, of we wel toestemming hadden gevraagd voor deze tocht.
Boetjes telefoon wordt bijna meegenomen, nadat hij wordt
doorverbonden met Regina, maar dan is het ook oké. 
Langs de Zandbergsvennen, het Kromven en het Belversven volgen we de geel-rode markering van NS-route, rode pijltjes van een Natuurmonumentenroute en de wit-rode markering van het Pelgrimspad. Nog even steken we de meanderende Rozep over en dan verlaten we dit mooie gebied. Na de spoorwegovergang houden we pauze op een slagboom, in de routebeschrijving staat hier wagenrust zeven.
Langs
het spoor en de Essche stroom volgen we de blauwe stippenroute en komen
langs kasteel Nemelaer (de naam is afgeleid van het riviertje de
Nemer,
dat oorspronkelijk achter het kasteel langs stroomde, en van ‘laar’
dat zowel bos als open plek in een bos betekent). In de buurt van
Haaren lopen we voornamelijk door en langs boomkwekerijen over modderige
zandpaden, een voor mij onbekend pad brengt ons over een onbewaakte
spoorovergang en achterom Biezenmortel in.
Dit
dorp met de naam afgeleid van riet (biezen) en drassig land (moer) kwam
vooral tot bloei door de komst van
de Kapucijnenbroeders rond negentienhonderdtwintig. Het door hen gestichte
klooster is
thans
in gebruik als locatie voor conferenties e.d.
Na
eenentwintig km zijn we weer terug bij Café ‘t Gommelen, ik waag me aan
een Helvoirtse Leier, Bart neemt tosti kaas en Boetje gaat zich te buiten
aan een uitgebreide uitsmijter met rauwe ham.
