
Mijn eerste 100 km
tocht van het jaar. En al direct kies ik er een stevig beestje uit. Een beest
van een tocht die moet overwonnen worden. Zoals in het foldertje staat: “Het
is en blijft een Bossche 100. Dus dienen de wandelaars binnen het tijdschema
te blijven. Het bestuur is dan ook vrij om te langzame wandelaars uit de tocht
te halen om zo te voorkomen dat de verzorgingsposten vertraging oplopen,
waardoor de meer getrainde wandelaar verzorgd kan blijven, waarvoor De Bossche
100 ook bedoeld is.”
Vrijdagavond, rond een uur of zeven, haal ik Yvan Bemelmans en Eddy Van de Pol
op aan het station van Lier en vertrekken we richting ’s Hertogenbosch. Na
een voorspoedige rit komen we aan en begeven ons naar de startzaal. We melden
ons aan en begroeten onze medestappers.
De Bossche 100 heeft een deelnemersmaximum van 110 wandelaars. Hieronder
bevinden zich dit jaar 24 deelnemers uit België waaronder 11 Wandelmeeërs.
We zijn dus weeral goed vertegenwoordigd.
Iets voor 22:00 uur wordt voor de laatste keer geroepen dat de bagage naar
buiten moet en na een

korte toespraak en uitleg van de organisatie, kunnen we op weg.
We vertrekken langs de straten van ’s Hertogenbosch en even later bevinden
we ons op een grasdijk. Deze dijken zullen de eerste helft van de tocht
domineren. Het begint al met een stevige regenbui en ploeterend door de modder
en het gras stappen we voort. Gelukkig is de ondergrond nog wat bevroren,
zodat we niet te diep in de modder zakken. Kilometers dijken met af en toe een
stukje verhard en drie wagenrusten later bevinden we ons op de eerste grote
caférust. Het is nu 02:30 uur en we zitten op 32 km.
Hier krijgen de wandelaars die voor 110 km kiezen de kans om een lusje van 3
km te doen. Daar ik niet mee doe aan de Long Distance Walker, besluit ik om de
extra kilometers niet mee te stappen. Jan, Marc, Leo en Steven zijn dit wel
van plan en moeten op elke grote rust een deel van de extra 10 km stappen om
op het einde aan de 110 km te geraken.
Nadeel van het niet mee stappen, is anderhalf uur verplichte rust, niet aan
mij besteed maar ’t kan niet anders.

Stipt
om 04:00 uur mogen we terug op weg. Via landbouwwegen, meestal onverhard maar
minder slijk, stappen we richting Loon op Zand waar de tweede grote rust is.
Onderweg passeren we weer 3 wagenrusten waar we kunnen genieten van allerlei
lekkers en voedzaam eten. Boterhammetjes, soep, rijstpap, pudding,
rozijnenbrood, snoepjes en drop, alles was er. Zelfs boerenkool met worst
kregen we onderweg voorgeschoteld. Als drank was er water, Ranja en thee.
#Toen ik op een wagenrust aankwam, vroeg ik een bekertje thee en de mevrouw
zei dat haar man hem had gezet maar dat hij twee zakjes in de thermos had
gedaan in plaats van één. ’t Zal straffe zijn. Ik zei haar dat we in België
steeds twee zakjes op een thermos rekenen.#
De caférust in Loon op Zand wordt omstreeks 08:30 uur bereikt. 60 km achter
de rug. Hier lopen mijn medewandelaars nog hun toertje van 3 km en kunnen dan
nog genieten van een half uurtje rust.
Blijkbaar gaat alles nogal vlot want hier kan je iets vroeger vertrekken. Ik
zie enkele mensen vertrekken en besluit om mijn medestappers te verlaten en er
ook vandoor te gaan. Omstreeks 09:20 verlaat ik de zaal, gooi mijn bagage in
de wagen en ga op stap.
Bij het buitenkomen was er nu een ander gevaar. Spekgladde wegen. Het had
ondertussen flink gevroren en een dun ijslaagje lag onder onze voeten.
Gelukkig bevonden we ons na enkele kilometers in de bossen zodat er normaal
kon gestapt worden.
Prachtige bossen, ik waande me even in de Kempen. Door de voorbije storm lagen
er veel bomen op de weggetjes. Extra hindernissen die het stappen weerom
bemoeilijkten. Maar toch was het prachtig hoor.
De Druunse Duinen, noemde dit gebied en ik dacht: “Och, in Nederland zal dat
niet veel zij

n.”
Maar amai, m’n voeten. Opeens een zandvlakte, ongelofelijk groot. Zeg maar
zandbergen in plaats van zandvlakte. Zéér zwaar en moeilijk terrein en ik
was blij dat ik hier uit was. Oef…
Dit stuk was maar 21 km lang en de laatste grote rust werd dan ook voorspoedig
bereikt. Hier mocht je pas na een half uur verplichte rust vertrekken.
Verdomme, op 81 km zitten en een half uur wachten? Na tien minuten gooide ik
mijn bagage op de wagen en vertrok. Geen goesting om te wachten.
Het laatste

stuk was meer begaanbare weg en de kilometers schoven vlug onder de voetjes.
Nog twee wagenrusten en ik naderde ’s Hertogenbosch. Enkele kilometers voor
de aankomst mochten we een 600 meter lange spoorwegbrug over, de
Moerputtenbrug. De Bossche 100 heeft de primeur om als eerste wandeltocht deze
brug in het parcours op te nemen. Gewoon geweldig en ik genoot er met volle
teugen van.
Zo, omstreeks 16:00 uur was ik terug op de plaats waar we de avond ervoor
vertrokken waren. Afstempelen, iets drinken en de befaamde Bossche bol in
ontvangst nemen.
De Bossche Bol is een grote roomsoes overdekt met heerlijke chocolade. (Ik heb
hem voor m'n vrouwtje bewaard, dan mag ik nog wat meer gaan stappen, hahaha)
Nu was het nog wachten op mijn reisgezellen. Ondertussen ging ik een uurtje
slapen. Omstreeks 17:00 uur ging ik terug naar de zaal waar ondertussen bijna
iedereen was aangekomen. Enkel Eddy van De Pol hadden we nog niet gezien. Hoe
korter het bij 18:00 uur kwam, hoe meer de schrik toesloeg. Na 18:00 uur mag
je niet meer aankomen om aanspraak te maken op je diploma en homologatie. Even
de organisatie erbij roepen of ze wil zien waar Eddy kan zitten. Enkele
minuten later komt de mevrouw terug en meld ons dat hij waarschijnlijk aan het
douchen is want hij heeft zich afgemeld. Opluchting…
Zo vatten we, moe maar voldaan, de terugweg aan en besluiten nog even langs
Eric en Anita te rijden. Daar worden we als helden ontvangen en worden we
getrakteerd op een lekker biertje. Echter, de klok tikt en na een halfuurtje
vertrekken we weer. ’t Heeft genoeg geweest.
En eindelijk heb ik het gelukzaligste moment van een 100 km tocht ontdekt. Het
moment dat je in je bed gaat liggen, je nog even uitrekt en denkt: “Dat heb
ik weeral goed gedaan, nu mag ik mijn oogjes sluiten…”
Bedankt, mensen van De Bossche 100. 't Was dik in orde.