Klaas Bakker een van de drie eregasten op deze
twintigste editie
Hoog OLAT-gehalte bij Bossche 100
Mirjam Kies-

De Bossche 100 heeft een tamelijk hoog OLAT-gehalte. Wie een kijkje neemt
op de website, waar de nu 20-jarige geschiedenis van deze lange afstandstocht
handzaam is geordend, struikelt over namen van OLAT-leden. Hetzij als
deelnemer, hetzij als organisator, of achter de schermen als vrijwilliger in
de verzorging, bij het uitzetten en pijlen en wat al niet meer. Zonder
overigens de inbreng van zusterclubs als RWV en De LAT tekort te willen doen!
Klaas Bakker heeft ze alle twintig gelopen – wat van OLAT hem niemand kan
nazeggen en daarbuiten alleen Annie van der Meer (Flal) en Wim van Dooren
(Hart van Brabant). Het trio mocht als eregast meedoen aan de 20e editie; een
geste die Klaas zeker waardeert, maar hij is er de man niet naar om over
zoiets ophef te maken. Het had trouwens weinig gescheeld of hij had de
allereerste tocht overgeslagen. „Maar het kwam toevallig toch goed uit. Ook
daarna was ik niet meteen van plan elk jaar mee te doen. Pas later ben ik er
echt rekening mee gaan houden.”
De eerste keer liepen er maar een stuk of 35 mensen mee. Klaas: „Het was
twintig jaar geleden erg ongebruikelijk om zulke tochten op vrijdagavond te
laten beginnen. Meestal was het van zaterdag op zondag. En dat grote delen van
het parkoers onverhard zijn, met echt moeilijke stukken erin en ‘s nachts
door de bossen, dat gebeurde ook niet vaak. Alleen al daardoor is de Bossche
100 iets speciaals.”
Er is nog iets waarmee de B-100 zich onderscheidt: jaarlijks wordt er een
ander parkoers uitgezet. „Dat is het leuke ervan. Amsterdam-Leeuwarden
bijvoorbeeld kun je na zoveel jaar drómen. Bij ons heb je dat niet”, zegt
Regina Martens. Een jaar of tien terug nam zij samen met haar man Ad de
organisatie over van oprichtersduo Annie Gijzel en Theo van der Wijst, die
zich hebben teruggetrokken in een stille uithoek van Friesland.
De routes zijn sindsdien nog meer autovrij geworden. Daarnaast hebben Ad en
Regina – die zowat hun hele familie inschakelen bij de organisatie –
altijd bewust de commercie buiten de deur gehouden. En de grens voor het
aantal deelnemers ligt onverbiddelijk op 110. „Je moet niet te groot willen
worden, kwaliteit staat voorop”, aldus Regina. „Dat is ook belangrijk om
vrijwilligers aan je te binden. De verzorgers op de posten moeten het werk wel
aankunnen. Ook zijn zij de eersten die kritiek over zich heen krijgen. Als dat
een paar jaar achter elkaar zou gebeuren, verliezen zij hun motivatie.”
Hoewel exclusiviteit geen doelstelling is, heeft de beperkte inschrijving wel
dat effect. Er ontstaat de laatste jaren een ware run zodra de inschrijving
geopend is. „De Bossche 100 is de enige tocht die ik ken, die binnen enkele
dagen volgeboekt is”, had Klaas al eens gezegd.
Zo heeft de B-100 gaandeweg een ijzeren reputatie verworven, en menigeen
verkneukelt zich als de weergoden de omstandigheden nog een tikje zwaarder
maken. Wat dat laatste betreft was de jubileumtocht van 2007 heel gematigd.
Nat en winderig en ‘helaas’ geen snerpende vrieskou of zware sneeuwval.
Maar evengoed met genoeg uitdagingen, zoals elders in dit nummer valt te
lezen.
„Dit jaar zaten de Drunense Duinen er weer in”, vertelt Klaas. „Die zijn
‘s nachts niet toegankelijk, dus als ze in het parkoers zitten is dat altijd
overdag. Na een hele nacht afzien moet je dan nog eens door het zand
ploeteren. Aan de andere kant ben je blij dat je ziet waar je loopt. Die
dijkjes bijvoorbeeld, als je die bij daglicht had gezien, zou je er niet eens
wíllen lopen. Het was net permafrost! ‘s Nachts door de bossen wandelen is
ook behoorlijk vermoeiend. We hadden een half maantje deze keer, daar had je
weinig licht van. Gelukkig kan ik redelijk zien in het donker. Normaal heb ik
een ‘leeftijdsbril’ nodig, maar met wandelen zie ik beter zonder. Ook ‘s
nachts.”
In de nachtelijke uren had Klaas beurtelings gezelschap van Hennie van der
Haring (die nog een lelijke smak maakte en de tocht desondanks uitliep,
„maar vraag niet hoe”) en Ton de Jong. Ook keuvelde hij een heel eind weg
met Jill Green. „Een gezellig mens, en ze schiet lekker op hè.”
Jill is inderdaad een pittig dametje op wie de gevorderde leeftijd geen vat
lijkt te hebben. Met haar man David was ze speciaal voor de Bossche 100
overgekomen van het Britse eiland Wight. „Wat ga je dit weekend doen?”,
hadden haar kennissen gevraagd. „Honderd kilometer door de modder lopen in
Nederland”, zei ze dan. Want ze kent de tocht langer dan vandaag.
Intussen maakt echtgenoot Dave zich nuttig bij verzorgingsploeg B, als
theeschenker. „Cat’s piss”, naar Engelse normen, want daar drinkt men
hem graag dubbel zo sterk... Maar ja, ‘s lands wijs, ‘s lands eer. En het
is duidelijk dat Dave intussen goede maatjes is met Esther van der Velden en
jubilaris Bob van Rijn, die voor de twintigste keer als verzorger in touw was
en vele handen mocht schudden.
Er zijn tijdens de B-100 altijd twee teams, die als het ware haasje-over voor
de troepen uitgaan. Met af en toe een caférust om even bij te tanken of een
dutje te doen. De verzorgers bieden een gevarieerd menu, en zo kijkt menige
wandelaar onderweg al uit naar de rijstepap met boerenmeisjes van Bob, de
frisse vlaflip van Sjaan Verbakel, of de boerenkoolstamp die bij het
ochtendgloren wordt geserveerd. Die stamp zit in enorme ketels. „De vrouwen
schudden de ingrediënten erin en de mannen moeten roeren”, vertelt Sjaan.
Ze is net als Tini Koolen in ploeg A ingedeeld en beiden treffen hun
wandelende achterban om de zoveel kilometer aan de kraam of in het café.
Die luxe heeft niet iedere deelnemer. In Haaren leest iemand het briefje voor
dat zijn vrouw bij de gesmeerde boterhammen heeft gedaan om hem succes te
wensen. Ook Annie van der Meer is ‘moederziel alleen’ uit Friesland komen
afzakken: „Daar is niks aan hoor, zo’n eind in de trein.” Maar ze heeft
het er graag voor over want „de Bossche 100 hééft wat. Het is altijd
avontuurlijk.”
Over Annie wordt door iedereen met groot ontzag gesproken. Zij is dan ook de
enige vrouw ter wereld die de tocht Parijs-Colmar (ca. 500 km in één ruk
door) heeft uitgelopen. Dat was in 1983. In Frankrijk liep ze nog drie andere
wereldrecords, op de 24 uur, de 28 uur en de 100 Engelse Mijlen. „Maar
desondanks zal ik nooit zeggen ‘dit doe ik eventjes’. Ook al loop ik ruim
vijfduizend kilometer per jaar.” Sinds haar man in 2004 met de VUT ging,
heeft hij tijd om haar wandelboekjes uit te pluizen, te beginnen bij 1970.
„Over elke tocht maakt hij een couplet van vier regels. Hij heeft er al 626
geschreven, en als ik straks drie keer de wereld ben rond geweest, stopt hij.
Dan is het gedicht af en komt er een boek.”
Met Klaas wisselt ze even van gedachten over de extra fourage voor onderweg.
„Ik heb een hele snelle verbranding – hoe ouder, hoe meer, lijkt het wel
– en dan is 7 km tussen twee posten soms net te lang”, zegt Klaas. Hij
heeft altijd wat te eten bij zich, en ook cola, want dat is goed voor de maag.
Annie neemt altijd speciale koeken mee: „Je zult maar geeuwhonger
krijgen!”
Klaas Bakker droomt alweer van nieuwe records bij het snelwandelen
Voor Klaas is deze Bossche 100 de eerste keer sinds afgelopen zomer dat hij
weer eens een echte lange tocht heeft gelopen. “Vorig jaar lukte het niet
om, ook voor de twintigste keer, de Nacht van Loon uit te lopen. Ik had heel
erg last van doorgezakte voeten, vooral de linker. Maar nu, met betere
zooltjes en de nodige paracetamol, was het goed te doen. Ook al had ik maar
een paar winterseries gelopen”, zo blikt hij terug.
Eenmaal thuis heeft hij een vast ritueel: kleren in de was, even tv kijken,
hapje eten en heel vroeg naar bed. “Na zo’n inspanning slaap je heel
onrustig. Meestal ben ik na middernacht wakker. Op het nachtkastje staat
altijd water klaar en iets te eten, abrikozen, chocola of bananen. Dan moet ik
voorzichtig opstaan, anders val ik om. Ik moet ook op handen en voeten de trap
af! Beneden kijk ik een uurtje tv, eet nog wat yoghurt en fruit en ga weer het
bed in. De trap op lopen gaat dan al weer prima.”
“De volgende ochtend ben ik vroeg wakker, net als altijd, en ontbijt ik met
dunne havermoutpap. Maar het eten smaakt de eerste dagen niet zoals anders. Je
lijf is in de war. Op zondag doe ik nog niet veel. Naar de sauna is fijn. Je
staat ervan te kijken hoeveel ammoniak je lichaam nog uitwasemt! Er komt dan
nog heel veel troep uit.” Ook op maandag doet hij het rustig aan, pas daarna
hervat hij zijn normale trainingsschema. Dat liegt er niet om: loopband,
krachttraining, fietsen, zwemmen – elke doordeweekse dag is hij ermee bezig.
De komende tijd wil Klaas zijn aandacht meer gaan richten op het snelwandelen.
Daar is hij al ruim twintig jaar mee bezig en hoeveel Nederlandse
wedstrijdrecords hij ooit op zijn naam heeft gebracht weet hij zelf niet eens
meer. Wel dat er nog een stuk of zes ongebroken zijn. De laatste jaren is hij
het weer aan het opbouwen; zijn laatste record dateert van vorig jaar, de 5 km
indoor in Düsseldorf, in iets meer dan een half uur. “De 5 km gaat goed, de
10 nog wat minder. De tijden zijn niet wat ze ooit geweest zijn”, zegt hij.
“Eigenlijk train ik te weinig. En ik snap niet dat ik destijds zó snel kon
lopen, terwijl ik me toch even goed voel als toen.”
In mei wordt Klaas 70. Dan schuift hij met snelwandelen weer een stukje op wat
betreft leeftijdsklasse. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, want bij de 70-plussers
behoort hij dan tot de jonkies. “Misschien kan ik een record breken van
Tjabel Ras”, droomt hij hardop. Deze RWV’er zette er vorig jaar vijf op
zijn naam, maar ook hij wordt natuurlijk ouder. “Vijf jaar is veel als je in
een hogere leeftijdsklasse zit. In vijf jaar kun je behoorlijk achteruit gaan!
Ook het herstel gaat steeds langzamer, al valt dit bij mij gelukkig mee.”
Met Boetje Huliselan wil hij naar het WK indoor Masters in het Franse
Clermont-Ferrand: “Wie weet win ik daar een medaille.” En hij ziet
zichzelf daar ook al lopen in de wedstrijd op de weg: “De 10 km binnen het
uur, dat moet toch kunnen.”
Van een andere orde zijn dan weer de China-reis van de KNBLO in 2008. En
gewoon, voor zijn plezier, een lange afstandstocht in binnen- of buitenland.
“Toen mijn vrouw nog leefde, liep ik met haar in etappes het Pieterpad. Dat
zou ik wel weer willen oppakken. Vorig jaar heb ik mijn wandelmaatje Ria
Zijlmans het boek ‘Moord op het Pieterpad’ cadeau gedaan voor haar
verjaardag. Een kleine hint. Maar ze is er nog niet aan begonnen.”
-Mirjam Kies-