Schoenen te vies om uit te doen

Klaas Bakker

Al uren onderweg, wandelen we als zombies door een stil dorp. Ik schrik van mijn eigen schaduw. Niet veel later gaan we de eerste caférust binnen; het is ondertussen drie uur na middernacht. De Bossche 100 is een aanslag op je bioritme.

Om 22.00 uur de avond tevoren zijn we vertrokken vanuit lopers die alle voorgaande edities van de Bossche 100 hebben door staan en op uitnodiging van de stichting aan de start verschijnen: Annie van der Meer, Wil van Dooren en Klaas Bakker. Met dank aan Bob van Rijn, die al die twintig jaren als vrijwilliger in de verzorgingsploeg aanwezig was.

Zodra de stad verlaten is, de polder in. Op een dijk langs het water is het modder en nog eens modder: met een bevroren ondergrond levert dat veel slippertjes en bijna-valpartijen op. Met later toch weer vaste grond onder de voeten.

Na 9 kilometer even een rustpunt en tijd voor een boterham met koffie of thee. Dan onder de snelweg A2 door. Een verraderlijk opstapje verpest de verdere deelname van enkele wandelaars. Anderen gaan door met gemengde gevoelens en gehavende ledematen. Nog een dijk, maar nu beter begaanbaar. Af en toe een regenbuitje en een halve ondergaande maan, en sterren zien we ook. Met steeds een temperatuur die rond het vriespunt ligt.

Na 32 km de eerste caférust in Haaren, heel vroeg in de ochtend. Hier komt iedereen bij elkaar en vertrekt gezamenlijk om 04.00 uur. Daarna landbouwwegen, zandpaden, grasdijken, molshopen, afgewaaide takken, modder en plassen — alles vinden we op onze weg, nog steeds in het donker.

Deze zaterdagmorgen maken wij de slapende honden wakker en hanen gaan kraaien als we in het buitengebied een boerderij passeren. Na drie wagenstops volgt caférust nummer twee in Loon op Zand, na 60 km. Het is ondertussen licht geworden.

Weer bestel ik soep en cola en eet twee pannenkoeken, meegebracht van thuis. De schoenen gaan op deze tocht bijna nooit

uit, die zitten onder de modder, te vies om aan te raken.

Hier nog een gezamenlijk vertrek om 09.30 uur. We komen bui ten en glibberen Loon op Zand uit. De klinkerstraten zijn spiegelglad door opvriezing. Gelukkig kunnen we nu zien waar we gaan: het is minder vermoeiend dan in het donker. De bossen warden opgezocht. Er zijn veel omgewaaide bomen over de paden gevallen, die al laverend genomen warden. Het stuk door de Dreunende Duinen door het mulle, natte zand valt mee.

Nu twee onderbrekingen om wat te drinken en te eten tot de volgende en laatste binnenrust in Giersbergen. Daar zit Ria Zijlmans op me te wachten. Ze wandelt de laatste 18 km mee naar Den Bosch. Zij heeft de eerste Bossche 100 ook gewandeld en is daarna nog twee keer van de partij geweest, in 1991 en 1995. Ook in eerdere B-100 tochten zijn we vanuit hieraan de laatste kilometers begonnen, maar nu gaat het via een heel andere route:

richting Vlijmen en door het natuurgebied De Moerputten, over het tracé van het oude Halve Zolenlijntje. De spoorrails liggen er niet meer, maar het grindbed — nu wandelpad — volgen we over een lengte van ongeveer twee kilometer en is een ‘heerlijke’ massage vaar de vermoeide voeten. De eerste spaarbrug die we tegenkwamen moet nog gerestaureerd worden, maar de tweede en langste brug (600 m) kunnen we wel over als wandelaar. We gaan over nieuwe, gladde, blinkende aluminiumplaten, die niet in dit landschap passen en glad kunnen zijn na een regenbui.

Even verderop hebben we nog een kleine wagenrust van Ad en Regina Martens, die samen met andere verzorgers deze twintigste editie tot een prachtige belevenis hebben gemaakt. Nu nog een klein stukje naar de finish, waar we vrijdagavond vertrokken zijn, bij de voetbalvelden van Concordia. De Bossche 100 anno 2007 zit erop: wat nog rest is koffie met een welverdiende Bossche Bol.

-Klaas Bakker-