Nooit meer.....
Dat was de eerste gedachte toen ik op zaterdagmiddag klok slag 5 weer bij De Fuik aankwam; de B-100 zat er eindelijk op. Ondanks alle gelukwensen die ons ten deel vielen, kan ik de pijntjes en pijnen niet verbloemen. Mijn voeten waren doorgelopen, met dank aan de Halve Zolen, mijn knieën moesten ook zo nodig laten weten dat ze al jaren versleten zijn, ik weet nu waar mijn hamstrings zitten en de onderrug liet zich ook gelden. Boven het middel ging het wel, at kon ik goed merken dat er tussen de oren weer enkele honderdduizenden hersencellen afgestorven waren.
De overheerlijke Bossche Bol, met een duidelijke 20 erop, en het glaasje fris met schuim konden mijn gevoel van ‘nooit meer’ niet wegwerken. Het enige positieve dat ik kon bedenken was weer een bladzijde en een heleboel kilometers in mijn poesieboekje. In de auto richting station zag ik het Paleis van Justitie. Mijn eerste gedachte was dat men daar de B-100 organisatoren eens goed aan de tand moest voelen, met een navenante straf. Maar even later in de trein, toen mijn oogleden te moe waren om dicht te vallen, bedacht ik dat niet zij berecht zouden moeten worden, maar wij, wandelaars, na een gedegen onderzoek in het Pieter Baan Centrum. De organisatie met Regina en Ad voorop moet eerder ergens anders zijn: daar waar ze lintjes uitdelen.
‘s Nachts was het dromen geblazen; soms regelrechte nachtmerries. Glijden over het Bossche Broek, met links en rechts een steil talud, metershoog. De grasdijk langs de Essche Stroom, die veel groter is dan het plaatsje waarnaar het vernoemd is. Als intermezzo modder, modder en modder.
Ook was er een schrikbeeld waarbij de organisatie de weergoden erbij moest halen om via een storm de nodige bomen over de paden te laten vallen. En in die droom leek het alsof ze nog eens extra met de zaag hadden rondgesjouwd. Een beeld van duinen kwam naar varen, kilometers los zand. En daarna maar weer eens glijden, nu in Loon op Zand — zonder zand, want dan was het niet zo glad geweest. En een beeld van Boetje die als een Klein Duimpje steentjes aan het strooien was op dat beruchte Halve Zolenlijntje. Tenslotte minstens 10.000 valt bij een hek dat na 98 kilometer vrijwel niet te nemen was.
Maar aan alles komt een eind, zo ook aan nachtmerries. Opstaan was daarna een crime. Niet met het verkeerde been uit bed ge stapt, want het was zondag. Jee, twéé verkeerde benen, dus te rug onder het dekbed. Maar de sanitaire plicht riep.
De gang naar beneden viel toch best mee en van lieverlee merkte ik dat alles nog prima ging. En als je aan de ontbijttafel terugblikt kom je tot de conclusie dat het wel erg gezellig was, en dat alles heel goed georganiseerd was en de pijlen op de juiste plaatsen hingen, en dat de stamppot boerenkool met worst goed te pruimen was. En daarom.... misschien toch nog wel een keer.
-Co Tops-