Bossche100, 26/27 januari 2007

  Renée

Tja, ik heb de Bossche100 gelopen, dé wandeltocht die aangeschreven staat als de zwaarste 100 km, gezien het tijdstip, 4e vrijdag/zaterdag in januari en de ondergrond, grotendeels onverhard.

Mijn ‘normale’ medewandelaars Cor, Rien, Marrie en Folkert had ik bewust niet op de hoogte gebracht van mijn voornemen deel te nemen aan deze ‘monstertocht’.

Sinds augustus 2006 is bekend geworden dat ik een beginnende slijtage heb aan mijn rechterheup en wordt er soms wat negatief gereageerd op mijn (fanatieke) wandelen. Toch heb ik toestemming van zowel de orthopeed als de fysiotherapeut gewoon door te gaan met mijn hobby, terwijl zij op de hoogte zijn van de afstanden die ik loop.

Vorig jaar had Stuart mij al gevraagd mee te gaan naar Den Bosch, maar toen had ik nog nooit 100 km gelopen en zag ik er van af. Nu vroeg hij het weer en zo kwam het dat ik me ingeschreven heb en kon deelnemen. Maar er moest natuurlijk wel getraind worden. Daarom heb ik elke zaterdag 40 km gelopen in weer en wind, was ik regelmatig te zien in Wijk aan Zee op het strand en in de duinen, en liep ik tussendoor stukken Lange Afstands Paden.

Dit alles, maar ook het ter harte nemen van adviezen/tips van ervaren DB100 lopers hebben mij geholpen goed voorbereid op pad te gaan.

Vrijdag 26 januari was het dan zover. De rugzak stond al 2 dagen klaar met voldoende droge kleding en een extra paar droge schoenen, voor het bagagevervoer. En het 4daagse rugzakje om mee te lopen. Na een week vol extra macaroni met boter en suiker werd vrijdagavond een chinese maaltijd genuttigd met Stuart. Hij bleek een heel aardig chinees restaurantje te hebben, (in China Town, A’dam), waar je niet alleen heel goed kunt eten maar ook heel goedkoop.

Daarna met de intercity naar Den Bosch (op de kortingskaart), waar we even na 20 uur aankwamen. Weerzien met bekenden en een auto die ons naar de start bracht. Daar nog meer bekenden en het wachten, zenuwachtig worden, omkleden ‘wat moet ik nou aan’, overleggen, route bekijken, gerust gesteld worden, kortom het was zo 22 uur, tijd om te starten.

Lichte regen, maar van korte duur.  Muts en koplamp op en gaan! “Niet te snel gaan hoor” riep Gerrie ons nog toe. Maar Stuart; “Come on, keep going, don’t loose them”. Nou ja, ik volg wel. Rode stoplichten negeren, ‘keep up the speed, cut the corners’.  En zo gingen we Den Bosch uit en kwamen we op de eerste modderdijk met klimhekjes. Dat is de kracht van Den Bosch, 2 en half keer een WS78 had Willem gezegd.

Al snel de eerste wagenrust (9 km), wat drinken, eten wou niet bij mij en door! Dan het bos in, goed opletten op de pijlen, maar ze waren goed te zien. Een 2e wagenrust op 17,44 km, poeh hé, een kopje soep proberen, wat drinken, kost moeite. Verder maar weer, graspaden, zandpaden, meer hekjes. En dan ergens 2 broers, Ron en ?? Mutsje van de Weissensee op, schaatsers, en ja hoor, schaatsen ook op de Jaap Edenbaan. Waar ik ook op les ben. Bijzondere jongens. Lopen heel weinig, alleen bijzondere tochten, waarvoor nauwelijks getraind wordt, kan je doen als je nog jong bent.

Het blijft oppassen geblazen en ja hoor voor me gaat Stuart onderuit. Zijn rugbyverleden, badmintontraining laat een schitterende val zien (met loodzware rugzak) maar wonder boven wonder heeft hij zich niet bezeerd. Later zien we dat er meerderen onderuit gegaan zijn, o.a. Ben. Ik zal bij daglicht niet uitglijden maar struikelen over een onder bladerendek verborgen boomstronkje, maar weet me keurig op te vangen en bezeer mij niet.

Bij de 3e wagenrust op 25 km ben ik het zat. Het tempo van Stuart is te hoog voor mij en ik geef aan bij Ben te willen blijven. Rust even wat uit achterin een auto, de verzorging is erg lief voor me. Wat drinken, een eigen eierkoek probeer ik naar binnen te werken, bah wat is dat zoet. Ga langzaam op eigen tempo verder en laat de heren achter mij. De halve overgebleven (langzaam nat geworden) eierkoek wordt uiteindelijk uit mijn hand geslagen door een snel groepje Belgen, ik ben er niet treurig om.  Wordt weer ingehaald door Stuart en laat me weer overhalen tot zijn tempo. Het geen resulteert in het bereiken van de eerste caférust te Haaren om 3 uur! Bijna 32 km in 5 uur gelopen! Daar moeten we verplicht 1 uur rusten. Er liggen veel mensen uitgeput met hun hoofd op tafel, één meneer geeft op. Ik denk niet aan opgeven, maar hoe nu verder weet ik even niet, kan mijn draai niet vinden, liggen zitten, eerst maar eens droog shirtjes aan en schone sokken, een kopje thee, halve stroopwafel en energydrink. Ik besluit dat Stuart maar zelf verder moet, dit hou ik niet vol. Ik zal me aansluiten bij Ben, die rustiger loopt. Een goed idee naar later blijkt en al gauw verdwijnt zijn achterlichtje in de verte. Dit werkt beter en ik begin het weer leuk te vinden. Met wagenrusten op 40,66-47,33 en 53,83 raak ik Ben kwijt (gaat aan de boerenkool?) en word ik opgevangen door ene Aart (kende hem niet), maar die mij keurig begeleid (Centurionloper). Later komen Gerrie (bekende) en Jaap (onbekende) erbij en zo lopen we met zijn vieren het daglicht en Tilburg tegemoet. Ik zeg nog: “Tilburg, dat ligt een eind van Den Bosch”, tja je gaat domme dingen zeggen. Het wordt dag en het gaat ijzelen. Spiegelglad wordt het en dus oppassen!

Na de eerste caférust ben ik dus aan de Energydrink gegaan en kauwgom en bij de wagenrusten wordt mijn flesje bijgevuld met limonade of water. Dit werkt prima, ik voel me helemaal lekker. Pak soms wat druivesuiker, een dropje, heerlijk. Bij elke caférust weer een nieuw flesje Energydrink en bij de wagenrusten hetzelfde ritueel, later aangevuld met ontbijtkoek en rozijnenbrood.

Bij 60,56 km bereiken we Loon op Zand, een bekende caférust voor mij: ‘Concordia” startpunt van de “herfstkleurentocht”gelopen met Folkert en Rien afgelopen september. Gerrie heeft me net verteld dat ik moet denken dat we na deze rust gaan voor een WS78 tocht van bijna 40 km. Ik speel het spel mee en kleed met helemaal om in WS78 tenue, nou ja, datgene wat ik op die tochten altijd draag. Als Gerrie me bezig ziet zegt ze: Wat doe jij nou? Nou, me omkleden voor de WS78 die we zo gaan lopen! En ze moet heel hard lachen. We mogen iets eerder starten vanwege alle omgewaaide bomen op de paden. Maar ook de ijzel zal ons het eerste stukje voorzichtig doen lopen. Maar al gauw gaan we het bos in en wordt het inderdaad een schittenrende WStocht. Stuart snelt weer vooruit, maar ik blijf bij Gerrie en Jaap. Een wagenrust op 67,93 km en op 75,25km en daar is eindelijk het voer voor mij: Rijstebrij met gewelde rozijnen en pruimen, daar ging ik voor! Met de pijlophaler op onze hielen, gaan we hier even rustig voor zitten. Heerlijk! Dan op naar de Loonse en Drunense Duinen, een prachtig stukje natuur, flink klimmen en dalen. Mijn strand- en duintraining komen hier goed van pas. Ik laat Ben versteld staan van mijn krachten en loop bij hem weg om Gerrie en Jaap weer bij te benen. Vrolijk kom ik bij de laatste caférust in Giersbergen (Drunen) (81,51 km). Stuart gaat er net vandoor, wij nemen hier 30 minuten rust. Drink wat met Jack, probeer Marcel een eierkoek te slijten, ja hij is ook van de partij en zal de laatste 20 km  ons deels vergezellen. Ik eet zelf wat mueslikoekjes met chocola, heerlijk. De schaatsende broertjes zijn ook nog in ‘de race’, maar zichtbaar in mindere conditie. Maar goed, ze gaan ook voor de 110, en hebben op dit punt al 90 km achter de rug!

Vanaf dit punt is het nog maar 18 km en Jack schat dat we rond kwart over 5/half 6 binnen zullen zijn. De spirit is er nu toch wel wat uit bij de meesten, maar het is toch nog gezellig. Willem blijft ook stug doorlopen, maar heeft niet de hele weg aan het bier gezeten, zoals hij wel gewoon is te doen bij de KM’s. Eén hand in de zak, ach ja, ieder zijn manier van lopen. Nog 2 wagenrusten op 88,13 km (ik heb het laatste bekertje rijstebrij, mmm..) en 93, 6 km. Tussen deze 2 rusten beleven we een primeur. Als eerste wandeltocht zullen we de ‘Moerputtenbrug’ passeren, een 600 m oude spoorbrug, die na restauratie sinds het najaar van 2006 geschikt is gemaakt voor voetgangers, heel bijzonder.

Het venijn van deze tocht zit hem in de staart, er wachten ons nog 2 overstapjes, waarbij de 2e een erg hoge opstap is. Ben (met zijn lange benen) heeft er geen probleem mee, maar ziet Jelte aankomen (onze kleine man met het grote hoofd uit Utrecht) en besluit even op Jelte te wachten.

Dan op naar de finish waar we kwart over 5 aankomen. Juist op dat moment strompelt Stuart naar buiten en ik huppel naar hem toe. Hij blijkt slechts 15 minuten eerder gefinished te zijn. Wat ben ik blij dat ik hem na 30 km heb laten gaan. Tijdens de rusten hebben we elkaar steeds even kunnen spreken, zo waren we op de hoogte hoe het ging. Dan ons afmelden en de Bossche Bol in ontvangst nemen, want daar doe je het voor. Een pilsje met Jack, een pilsje met Ben en een pilsje van Marcel.

Een korte nazit met Marion van Ben, haar moeder en broer, want dan heeft Aart vervoer geregeld voor ons vieren (Marcel, Stuart , Aart en ik). Het wordt proppen in een Atoz, maar lachen bij het station. Aart neemt de roltrap en ik laat me niet kennen en neem de gewone trap, lachen! Dan nemen we afscheid. Aart en Marcel hebben een eerdere trein, wij wachten op de directe verbinding naar Zaandam en Alkmaar, want overstappen zou een hele klus zijn. 

Bij de finish zei ik: de Bossche 100, eens maar nooit meer! Daar denk je wel anders over zeiden mijn mede enthousiaste wandelaars, En inderdaad na 2 dagen zeg ik: dit is een hele bijzondere tocht en waarom: de saamhorigheid, de goede verzorging, de verplichte rusten en de uitdaging. Ik zeg niet ‘nooit meer’. Als ik me volgend jaar zo voel zoals nu, dan ben ik zeker weer van de partij! Maar wel in een rustig tempo!

Iedereen bedankt voor de steun op welke manier dan ook.

Verder moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat het weer ook meeviel. Niet te koud, ondanks wat lichte sneeuw, weinig (lichte) regen, een ondergrond, die niet al te zacht en modderig was door de recente vorst die nog in de grond zat, maakte het tot een niet al te zware tocht. 

Nu even wat wandelrust, want ik ga in februari 2x een week skiën, maar daarna ben ik weer van de partij!

Renée