Mijn eerste (Bossche) 100
Joop Reichenfeld
Nog nooit een vierdaagse of Kennedymars gelopen, zoals de meeste deelnemers, laat staan een 100 km tocht. Wat had ik dan wel gelopen, om aan zo’n monsterlijke tocht te willen beginnen.
In de herfst van 2003 besloten we (mijn partner en ik) dan eindelijk eens te gaan wandelen, na een 18 km-tocht al doodmoe en spierpijn, toch besluit ik dat ik door wil gaan met wandelen. Van een keer in de maand wordt het al snel iedere week.
Ik word lid van de
nieuw opgerichte wandelsportvereniging Groot Gestel en wandel mee met mijn broer
die traint voor de vierdaagse. Familie en kennissen denken dat ik ook train voor
de vierdaag
se,
dus vraag ik me af waarom ik eigenlijk wandel. Op internet valt mijn oog op de
openingswandeling Airbornepad Market
Garden, die door OLAT georganiseerd wordt. Ik geef me op en besluit daarvoor te
gaan trainen. In eerst instantie was het wandeltempo aangegeven als gemiddeld 6
km per uur, in latere brieven werd dit minstens 6 km per uur en veel onverhard.
Dus daar paste ik mijn ‘trainingsschema’ maar op aan. Veel routes over lange
afstandswandelpaden met veel zand/modderpaden.
In vijf dagen in september met veel ceremonies, kransleggingen
(verslagen kun je lezen op www.wandel-olat.org,
de wandelsite van OLAT) 220 km afleggen van Lommel naar Arnhem was zwaar, maar
had ik niet willen missen. Als allerlaatste mocht ik zelf nog een krans leggen
met Jacques van de Raad op het Airborneplein bij het Airbornemonument in Arnhem.
Bij het afscheid zei Theo Klanke, ‘nou tot de Bossche 100 dan’. Ik
verklaarde hem voor gek, 100 km! Toch wilde ik mijn grenzen wel verleggen. De 65
van Cuijk moest ik wel kunnen halen dacht ik. Heb ik ook gedaan en doordat ik de
laatste rusten oversloeg, omdat mijn partner de auto weer nodig had, had ik de
volgende dag heel veel spierpijn, maar daar raak ik onderhand ook aan
gewend.
Daar er geen Kennedymarsen
meer op het programma stonden, besloot ik eens bij Euraudax te gaan kijken.
Eerst een woensdag 25 km om de sfeer te proeven. Wel vreemd om braaf in een
groepje te lopen, maar de daaropvolgende zaterdag toch mee naar Vlierden om 75
km uit te proberen (je kon totaal 150 km lopen). Dit beviel prima, ik twijfelde
zelfs om 100 te doen, maar had al vervoer naar huis afgesproken en bovendien
werd toch wat slaperig.
De volgende dag opgegeven
voor de Bossche 100. Nu zou ik ervoor gaan (trainen). 
Twee à drie keer in de
week sporten (aerobics) en twee à drie keer in de week wandelen, het liefst 40
à 50 km. Ik wandel de winterserie van OLAT, loop het Airbornepad weer, maar dan
met de wandelpool, veel eigen routes over lange afstandwandelpaden en heb mijn
eigen trainingsrondje langs de Maas, door de weilanden en over prikkeldraad. Op
30 december loop ik vanuit ’s-Hertogenbosch naar Woerden (75 km). Uiteindelijk
is het een goede voorbereiding geweest, alleen begaven mijn goed ingelopen
schoenen het een maand van tevoren, ik moest nieuwe kopen en nog inlopen.
De week voor de start doe
ik het wat rustiger aan, wel loop ik de zondag ervoor tijdens 40 km in Tiel nog
een blaar op. (tot nu toe nooit last gehad van blaren, maar ja, die nieuwe
schoenen …..) Het blijft een pijnlijke plek. Op vrijdag probeer ik ’s
middags nog wat te slapen, dit lukt niet, maar ik rust wel wat. 
Na een macaronimaaltijd wordt ik kwart voor acht al weggebracht. Veel te vroeg kom ik dus bij de start en ontvang de route, die ik in een rokerige kantine met een kopje thee bestudeer. Daar ik in ’s-Hertogenbosch woon en er veel wandel ken ik de omgeving vrij goed en weet ongeveer hoe de route gaat lopen. Ondertussen druppelen de wandelaars binnen, veel ken ik er van gezicht en een aantal ken ik van de openingswandeling van het Airbornewandelpad het wordt steeds gezelliger. Bij de start krijgen we instructies, speciaal voor degenen die voor het eerst meedoen, ik dus.
Ik dacht dat je rustig
moest starten, maar het lijkt wel of die gratis bossche bol al aan het eind van
het parkeerterrein ligt. Bij het eerste graspaadje ontstaat al een opstopping en
zie ik mensen rechts in plaats van links gaan. We lopen een stuk door een
woonwijk en na het door gras overwoekerd
spoorlijntje kom ik op de Oude Vlijmenseweg Klaas Bakker tegen, hij doet het wat
rustig aan en ik loop op mijn hardst (helemaal verkeerd). Samen lopen we tot de
eerste rust, o.a. over modderpad langs Ertveldplas. Ik loop expres naast de
losse stoeptegels door gras en modder, verderop loop ik dwars door de plassen,
volgens Klaas omdat ik voor het eerst in het donker loop, die gladde
oppervlakken moest ik juist vermijden. Het begint af en toe te miezeren, zal ik
nog bellen voor een paraplu, maar het houdt alweer op.
Bij de eerste wagenrust zie
ik nog even mijn partner (wij wonen daar vlakbij), ik neem een bekertje thee en
loop snel weer verder. Door een weiland, vele malen over prikkeldraad, ik ben
het gewend, maar deze waren netjes met buisisolatie door de organisatie
afgeplakt. Het begint wat harder te miezeren en ik
vrees
dat ik doornat wordt, ik heb nl. geen regenjas aan. Na sluis Engelen op de dijk
moeten we rechts naar beneden naar het fietspad langs het golfcomplex, ik zie
andere wandelaars rechtdoor lopen, achter me hoor ik ze roepen, dus het komt wel
goed. Het miezeren houdt toch op en eigenlijk is het wel verfrissend, het houdt
je lekker wakker. Over allerlei asfaltpaden door de polder komen we onverwachts
alweer bij de tweede wagenrust. Ik weet niet goed wat ik van de verzorging kon
verwachten, ik eet vegetarisch, dus heb ik voor de zekerheid zelf broodjes kaas,
sultana’s en blikjes cola light en water meegenomen. Ik neem een blikje cola
light uit mijn rugzak en loop bijna direct weer verder.
Boetje houdt een beetje in
de gaten of ik niet alleen kom te lopen in het donker, een hele geruststelling.
Langs het Haarsteegse wiel staat een groepje te twijfelen welke kant op. Ik zeg
vrij hard: rechtdoor ! en iets zachter: of niet, maar de meute loopt alweer door
naar Hedikhuizen. Het fietspad langs de Maas is voor mij wel heel bekend
terrein. Tot nu toe valt het onverharde deel een beetje ‘tegen’ ik had niet
verwacht dat we zoveel over asfalt zouden lopen. Bij de pont alweer een
wagenrust en dan door naar Heusden, door een donker tunneltje, we zagen geen
pijlen, dus we zijn niet op de grasdijk, maar onderlangs gelopen. Nog even om
Heusden heen en dan met een brug de Maas over. Dan weer een grasdijk en al snel
komen we bij de eerste caférust in Genderen. Meteen gaan de schoenen uit, zodat
mijn voeten kunnen koelen en een w.c.-bezoek is ook altijd welkom op zo’n
afstand. Verder eten, drinken en rusten; van het buffet maak ik geen gebruik,
bijna alles is met vlees. Als mijn naam wordt genoemd blijkt dat ik me helemaal
niet heb afgemeld (lopen ze nog steeds een Reichenfeld te zoeken in de polder).
Schone sokken aan en toch weer die nieuwe schoenen aan, hoewel mijn linkervoet
al pijn doet.
Vrij vooraan start ik, maar
links en rechts wordt ik ingehaald, na af en toe een praatje gemaakt te hebben.
Sommige wandelaars praten wel erg luid, terwijl Genderen in diepe rust ligt.
Over wat
asfaltwegen
komen we in een akker met zware klei, we blijven langs een sloot lopen, aan het
eind ligt een pallet om eroverheen te komen. De asfaltweg waar we op komen
verandert in een modderpad. Onze schoenen voelen drie keer zo zwaar. Bij ’t
Pompveld (natuurgebied) lopen we massaal verkeerd. Al kletsend en niet oplettend
zie ik een hele groep weer terug komen, na een tijdje heen en weer lopen,
besluiten we toch maar door te lopen en komen toch nog (verkeerd) bij de vierde
wagenrust. Met een bekertje hete thee loop ik dit keer op de goede weg verder
door de modder. Na modderige weilanden en provinciale wegen overstekend en veel
(on)verharde paden komen we bij de boerenkoolwagenrust. Om een uur of zes ‘s
ochtends boerenkool eten, ik moet er nu niet aan denken, maar toen had ik niet
zo’n besef van tijd.
Door
dorpje Uitwijk en een natuurgebied komen we toch eindelijk in Almkerk, de tweede
caférust. Lang wachten bij de toilet, dan een uitsmijter met kaas bestellen en
wachten. Ik zie wandelaars alweer aanstalten maken om te vertrekken, maar ik
wacht nog op die uitsmijter. Snel (vr)eten en ook op weg, ik durf mijn schoenen
niet meer uit te doen, bang dat ik ze nooit meer aan krijg. Ik twijfel al over
stoppen, zo’n zeer doet mijn linkervoet. Bij het vertrekken merk ik dat ik me
weer niet heb afgemeld (sorry) en doe het alsnog. Als ik eindelijk om 8 uur op
weg ga komen er net wandelaars terug van hun extra lusje, ik ben nog niet de
laatste, maar loop onderhand wel in de achterhoede. Na elke rust heb ik het koud
en moet ik een kwartier tot half uur lopen om weer warm te worden. Langzaam
wordt ik ook weer door een aantal wandelaars ingehaald. In een natuurgebied bij
Korn zijn steile gladde bruggetjes, heel voorzichtig ga ik eroverheen.
Langs kasteel Dussen denk
ik al bijna bij wagenrust 6 te zijn, maar zie niets, dus denk ik dat deze
alweer opgebroken hebben. De wagenrust blijkt een stuk verder, nog ‘even’
door een weiland met ‘handige’ v-poortjes met prikkeldraad. Bij de rust neem
ik een bekertje thee en twee boterhammen mee en loop snel door. Over de dijk en
eerst over hekken, die later ook gewoon open kunnen. Na de veerpont staat alweer
wagenrust 7, waar warme chocomelk genuttigd kan worden en er gaan dropjes mee
voor onderweg. Ik ontmoet een groepje mannen die het ‘rustig’ aandoen. Ze
lopen 6 km per uur en ik ben blij dat ik dat tempo net kan bijbenen. Ik kom weer
op bekend terrein en vlak voor wagenrust 8 nog even een plaspauze. Ik waag me
niet aan de rijstepap met pruimen, maar neem een cola light.
Ja, en dan komen toch de
Loonse en Drunense duinen, eerst nog heel wat bospaden, maar dan toch 5 km door
het zachte zand met af en toe een heuveltje. De zon gaat schijnen en het is er
echt prachtig,
maar
ik kijk meer naar de grond, waar moet ik mijn voeten zetten, om niet helemaal
weg te zakken. Na eindelijk weer op bospaden te lopen zegt Willem, mijn
wandelmaat op dat moment, dat we half twee binnen moeten zijn en het is al half
twee. Ik leg me er maar bij neer, dat ik uit de wandeltocht wordt gehaald, ik
ben doodmoe en mijn voet doet nog steeds zeer, maar we mogen nog starten tot
half drie, dus dat valt weer mee (of tegen).
Bij de laatste caférust in Giersbergen neem ik appeltaart met slagroom, daar kom je weer een beetje van bij. Met een droog t-shirt en schone sokken, besluit ik toch om op mijn oude schoenen verder te gaan. De eerste stappen lijk ik wel gehandicapt, kan ik dan niet meer gewoon lopen, naarmate ik doorploeter worden mijn voeten warmer en beter loopbaar. Het maakt qua pijn niet uit of ik langzaam of iets harder loop, dus ga ik maar weer door. Nu maak ik het ook af ! Ik geniet in mijn eentje van de stilte en de mooie bossen.
Na een paar kilometer zijn
Willem en Kees er weer bij en gedrieën lopen we door naar de 9e
wagenrust, thee, koek en dropjes en dan weer verder. We lopen naar de IJ
zeren
man en door/over de Vughtse heide naar de laatste wagenrust bij het
afwateringskanaal. Daar val ik bijna letterlijk om van de slaap. Wel drie keer
werd gevraagd wat ik wilde drinken. Pas toen er een wandelaar kwam die vroeg
iets om wakker van te worden, dacht ik pas: o, ik heb slaap. Na een blikje cola
ging de automatische (wandel) piloot weer aan en werden de laatste vier
kilometer in een oude-dames tempo afgelegd. We filosoferen of eigenlijk meer
slap ouwehoeren, waarom we eigenlijk meedoen aan zo’n wandeltocht, we komen er
niet echt uit, het heeft totaal geen zin, want je komt gewoon weer terug op de
plek waar je bent vertrokken.
Onderweg bel ik mijn partner voor vervoer naar huis, toevallig kwam hij net in ’s-Hertogenbosch aan met de trein en was onderweg naar de auto. Hij gaat alvast naar de start. Om half zes wandelen we dan eindelijk het startlokaal binnen.
Felicitaties,
een diploma en een bossche bol (die bewaarde ik voor mijn jongste zoon, die
samen met zijn broer die zaterdag de afwas van een hele week moest doen. De
oudste kreeg een uitsmijter). Ik koop nog een mouwembleem voor op mijn tas, want
nu mag iedereen weten dat ik de Bossche 100 heb gelopen.
Thuis met voeten in lauw
badje eet ik soep met broodjes en dan eindelijk douchen en naar bed. De volgende
dag overal spierpijn en een dikke linkervoet, vooral bij mijn tenen, die ik koel
met arnica-gel en ijs.
Organisatie bedankt,
ondanks mijn voet, was het toch geweldig en had ik het niet willen missen. Als
het lukt ben ik volgend jaar weer van de partij!
Joop Reichenfeld