Kleigoed                    Frans Leijtens   bron: http://members.lycos.nl/DutchCenturions/wsb103.htm

By the end of januari, it was time for the 100 or 110 km of Den Bosch (Bossche Honderd). The notorious night walk (see their beautiful site) visited the village of Almkerk and it's surrounding nature resorts early Saturday morning after about 50 km.

My father took a picture of the sanddunes of Drunen (National Park de Loonse en Drunense Duinen), which we traversed after about 80 km of walking.

Centurion Mario Immink makes his way through several kilometers of loose sand...

... and has some trouble getting up this steep hill. Climb one meter, slide back half a meter.

 

Na een in meerdere opzichten teleurstellende 25 kilometer in Zaandam was daar eind januari de 18e Bossche Honderd. Het is de tijd waarin hardwandelaars goed gedijen. Geen jury te zien en toch wat heftige wandelingen om te pieken. Den Bosch was gelukkig ook voor een wat tragere wandelaar als ik goed te belopen.

Snel bleek de uitdaging deze nacht niet van het weer afkomstig. Het regende slechts even en bleef later droog en koud. De ondergrond, bestaande uit modder en klei, vormde het grote probleem. De eerste vijftig kilometer gingen veelvuldig stapvoets, met loodzware hompen klei aan de schoenen of glijdend van de sloot links naar de sloot rechts van het pad. De route Den Bosch - Engelen - Heusden was met de grasdijken, bagger en prikkeldraad al avontuurlijk; Arie den Hartog deed er aan de overzijde van de Bergse Maas in 'zijn' deel van het parcours een schepje bovenop.

Een nieuw initiatief van de organisatie (die haar zaakjes goed voor elkaar had) was de controle op de drie extra lusjes. Hoewel twee lopers te snel waren voor de controleur, lijkt het me een goede manier om (onbedoeld) afsnijden te voorkomen. Doordat de lusjes alleen beschreven en niet gepijld zijn, maakten sommige lopers er in het verleden maar een potje van. Ze liepen een kwartier willekeurig door het dorp en meldden zich vervolgens weer op de hoofdrust. Zo liepen we in Genderen iemand tegen het lijf die tegen de route in het lusje ging doen. Kan wel, maar is natuurlijk niet slim.

Na een kilometer of veertig vond er een incident plaats wat het verloop van de tocht zou gaan bepalen. Zoals vaker gebeurt, liep meer dan de helft van de wandelaars een flink stuk verkeerd. Doordat aftands landbouwgereedschap het zicht blokkeerde, gingen we rechtdoor waar we links hadden gemoeten. Zo'n vijfhonderd meter verder stond de groep druk te overleggen. Aangezien dit allemaal wat lang duurde, besloten enkelen, waaronder ik, terug naar de gemiste afslag te lopen om daar de route op te pikken.

Dit verliep voorspoedig en vol trots arriveerden we een half uur later op de verzorgingspost. We hadden de lopers met een tragere besluitvorming mooi op dat graspad in de polder achtergelaten. Helaas bleken zij binnendoor via een veel snellere route de post te hebben gevonden en lagen wij ineens een half uur achter op het peloton. Vandaar waarschijnlijk dat ik op het volgende extra lusje bij de rust in Almkerk mensen hardlopend de drie extra kilometer af zag leggen om tijd te winnen.

Nu dachten die personen natuurlijk 'als wij het gele gebouw niet zien staan, ziet niemand mij hardwandelen'. De routebeschrijving was overdag gemaakt en 's nachts zie je dat gele gebouw niet, laat staan die beschreven rotonde in de verte. Geen wonder dat velen op dit lusje juist meer tijd verloren. Een route puur op beschrijving lopen is te doen, maar in het donker kan een beschrijving heel anders uitpakken. Of je gaat aan de verkeerde zijde van een geluidsscherm lopen, dan moet je het hele eind terug.

Achter de hele bende aan dan maar. Jozef, Boetje, Jos, Henk, Co, Marc, Mario, ik en nog wat verlate lopers waren de laatsten die Almkerk achter ons lieten om via wat bijzonder mooie moerasgebieden de Maasdijk te gaan bewandelen. Wederom een avontuurlijk stukje van de route met een racebaan waar we auto's ontweken, een aantal spiegelgladde bruggetjes en regelmatig een hekwerk te beklimmen.

Het Dussense veer lieten we rechts liggen en bij Drongelen voeren we de Bergse Maas over. Daarna volgde een rustig stukje route langs Waalwijk, gevolgd door een fors stuk van Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen. De golvende mountainbikepaadjes werden niet gebruikt, we zochten direct de duinen op. Via een redelijk pittige, maar schitterende route doorkruisten we de kern van het Nationaal Park, tot groot (gespeeld) ongenoegen van de Belgen. "Awel, weer door die zandbak?"

Met trillende handjes en een lage bloedsuikerspiegel stapte ik na negentig kilometer bij de Drie Linden in Giersbergen binnen voor een welverdiend stuk appeltaart met slagroom. De laatste zeventien kilometer waren ruwweg dezelfde als vorig jaar, via Cromvoirt, de IJzeren Man en de Lunetten bij Vught terug naar Den Bosch. Na een uur of 18,5 zat het er op, de Bossche Honderd die de geschiedenis in zal gaan als zeer mooi, zeer geslaagd en beroemd om de klei-akker (waarvoor bedankt, Arie). En sommige mensen kunnen met een gerust hart 110 in hun boekje schrijven, anderen 95.

Voorzichtig gingen enkele deelnemers een dag later bij de club lopen (zoals Co dat zo mooi verwoordde). Vanuit Asterlo bleek de route inmiddels enkele modificaties te hebben ondergaan. Na het overslaan van de eerste hoofdrust, had ik het bij aankomst in de Gouden Arend in Rhoon ondanks de mooie route helemaal gehad. De verhalen van de barman (wandelt zelf ook wat, aangespoord door ons goede voorbeeld) en zijn soep, stampvol lekkers, beurden me een beetje op.

Jammergenoeg gingen we na de rust niet door de Grienden, maar door een lange, saaie polder, waardoor de Pendrechtse Molen in de verte een welkom gezicht was. Daar stond men zo gezellig te wezen dat ik bijna binnendoor naar de verzorging was gelopen, maar luid protest van Henk, Gijs, Co en Piet noopten me toch de route te volgen via het klaphekje. Gijs wist Co en Piet over te halen een extra lusje te lopen; ik vond het welletjes en liep rustig op Asterlo aan.

Door het mooie weer boerden zowel de RWV, als de WS'78 en de Bossche 100 dit weekend erg goed. Nu maar hopen dat alle weekends boven de 100 kilometer een dergelijk verloop kennen en hopelijk wat minder geren.