|
28-01-05/267/Nederland
Bossche 100
België heeft Plombières-Houffalize en Nederland heeft zijn Bossche
100. Beiden
zijn beroemd (of moet ik zeggen berucht) vanwege hun moeilijkheidsgraad.
In Nederland heb je natuurlijk niet
de hellingen van de Ardennen, maar daar tegenover staat dat de stichting
Bossche 100 er alles aan doet om zoveel mogelijk onverharde weg op te
nemen in hun parcours en dat maakt het op het tijdstip dat de Bossche100
plaats vindt (eind januari) het extra moeilijk. Daar komt nog bij dat de
tocht moet voltooid zijn binnen de 20u, wat in de praktijk neerkomt op
minimum een 6km/u wandelsnelheid.
Verleden jaar had ik al eens deelgenomen, maar had dat toch blijkbaar wat
onderschat want met nog 12km te gaan had ik nog maar een uur tijd en daar
ik toen al danig vermoeid was heb ik toen besloten het voor bekeken te
houden. Maar dit jaar ben ik vastbesloten om het beter te doen en na een
succcesvolle Plombières-Houffalize in december staat het zelfvertrouwen
in het zenith.
Dus vrijdagavond neem ik de trein naar s’Hertogenbosch en als ik daar
toekom staan er al verscheidene andere medewandelaars die ook de
verplaatsing per trein hebben gemaakt, al te wachten op het transport naar
de startplaats. Omdat dat transport niet direct arriveert en het toch vrij
koud is besluiten we dan maar om ons te voet naar de startplaats te
begeven, ver is het trouwens toch niet.
Daar aangekomen wordt eerst de administratie in orde gemaakt en is het
tijd om om te kleden. Ik kijk even rond en herken toch verschillende
gezichten van verleden jaar er zijn ook enkele landgenoten bij, die ik van
gezicht wel herken van ander 100km tochten. Als ik het goed heb zijn het
voornamelijk leden van de Pompoenstappers.
De sfeer is ook wel typisch, de Bossche is een kleine organisatie en door
hun beperking tot 110 deelnemers kunnen ze met een beperkt aantal mensen
toch een 100km organiseren en dan nog zodanig dat je als wandelaar extra
in de watten wordt gelegd. Nu is het enkel nog wachten op het vertrek, na
de gebruikelijke raadgevingen kunnen we er om 22.00u aan beginnen. De
weersvoorspellingen zijn goed voor de verandering dus dat is al een
meevaller.
Het parcours wordt elk jaar aangepast en dit jaar gaat het eerst via het
noorden de polders van het Land van Altena in.
Het landschap is niet slecht maar het parcours valt eigelijk een beetje
tegen want er zitten heel veel verharde stukken in, wat niet echt een
gewoonte is op de Bossche 100. Maar zoals ik verschillende andere
wandelaars hoor zeggen, we zullen maar niet te hard roepen, wie weet wat
er nog komt.
Hier en daar moet je wel over het prikkeldraad klauteren, maar dat is voor
de Bossche ook niets abnormaal. Ondertussen is het ook een beetje beginnen
miezeren, gelukkig regent het niet veel en als het even later stopt is het
ook de laatste keer dat we regen hadden voor de rest van de tocht.
Zonder problemen bereik ik de caférust in Genderen. Ruim op tijd en dat
is interessant, want op de Bossche is het zo dat na de eerste twee café
rusten opnieuw gezamenlijke wordt vertrokken. Ik weet niet waarom maar
waarschijnlijk is dat uit praktische overwegingen, op deze manier lopen de
tijdsverschillen tussen de deelnemers niet te veel op. In deze caférust
worden we opnieuw aangenaam verrast, er is namelijk een uitgebreid warm
buffet voorzien , rijst, soep, kippeboutjes en allerhande andere soorten
vlees, echt een luxe. Sommigen houden zich zelfs in, om achteraf niet te
moeten vertrekken met een overladen maag.
Om 3u40 starten we opnieuw in en nu krijgen we wel een ander terrein
voorgeschoteld, door akkers en weilanden die er in deze tijd van het jaar
zompig bij liggen. Gelukkig heeft het de laatste dagen niet veel geregend,
zoniet zouden we hier op enkele plaatsen serieus moeten ploeteren. Zelfs
nu is het zo dat als we dan toch even de verharde weg opmoeten er precies
enkele kilo’s klei aan je schoenen hangen die er maar met moeite af
willen .
Ondanks dat de Bossche 100 één van de best gepijlde tochten is loop ik
op een bepaald moment toch verkeerd, dus hier verlies ik wat tijd (dixit
de Bossche100: “het fout-lopen dient natuurlijk wel in je eigen tijd te
gebeuren”).
Daarbij kreeg ik opnieuw last van blaren op beide hielen, zodoende
bereikte ik de tweede caférust tamelijk laat, na een minuutje of tien was
het al opnieuw tijd om te vertrekken. Ondertussen was het ook licht
geworden en dat maakt het zoals steeds een stuk aangenamer en zeker
gemakkelijker om de pijlen te volgen.
De laatste kilometers richting Drongelen gingen over de dijken,
persoonlijk hou ik er niet van niet zozeer om over de dijk te lopen, maar
door het feit dat je hier ver voor je uit kunt kijken en ik vind het zicht
van wandelaars die ver voor je uit lopen niet echt bemoedigend.
In Drongelen worden we met de veerpont overgezet, en dan gaat het richting
Drunense Duinen, opnieuw een gelegenheid voor de Stichting om de
wandelaars eens deftig op de proef te stellen ( uit de brochure: “om
eens uitgebreid de uitgestrekte zandbak rustig te bekijken”). De
Drunense Duinen zijn een mooi natuurgebied met enkele flinke duinen in en
natuurlijk worden we een paar keer naar de top van zo’n duin gestuurd en
dan nog liefst langs de steile kant. (Dat is zo’n beetje het motto van
de Bossche 100, waarom gemakkelijk als het ook moeilijk kan).
Zelfs de zon komt er nu even door en zorgt voor een mooi landschap, ik heb
wel niet veel kans om er van te genieten want ik ploeter volop door het
rulle zand om tijdig de laatste caférust te bereiken. Dat lukt net, als
ik hierna terug vertrek voel ik dat de Bossche zijn tol begint te eisen,
de meter staat volgens mij al serieus in het rood.
Ik ben blij telkens ik de twee laatste wagenrusten bereik, maar na vlug
iets gedronken te hebben ga ik direct verder want ik wil toch wel op tijd
binnen komen en van tempo maken komt toch niets meer in huis.
Eindelijk om 17u40 bereik ik de aankomst en mag ik mijn “bosche bol”
(een plaatselijk delicatesse) in ontvangst nemen.
Even later kan ik een deugddoende douche nemen (nog zoiets dat op deze
tocht prima geregeld is) en propere kleren aantrekken, ik voel me gelijk
een ander mens.
Na nog even mijn consumptiebon gebruikt te hebben om een heerlijk frisse
Palm naar binnen te gieten, is er direct iemand bereid om mij naar het
station te voeren en een tweetal uren later ben ik opnieuw thuis.
Misschien was het niet de moeilijkste Bossche 100 uit de geschiedenis,
maar voor mij was hij alleszins moeilijk genoeg en het is een prachtige
tocht.
Dat hier enkel ervaren wandelaars deelnemen blijkt ook uit het feit dat er
van de 108 gestarte deelnemers er 104 finishten)
Ik heb nog wat last van de blaren op mijn hielen maar ik zal één van
deze dagen toch alvast maar inschrijven voor de volgende tocht, dat wordt
de “Marche du Mont” op 18 maart, ik ben eens benieuwd.
Eddy Van de Pol
|
|