Brabants Dagblad    31 januari 2005

Ultratocht ’Bossche 100’ met als tegenstander de maag

door Joris Roes


Maandag 31 januari 2005 - 108 wandelaars liepen afgelopen weekeinde de ultratocht ’Bossche 100’. Het Brabants Dagblad volgde Almkerker Arie den Hartog.

 

Arie den Hartog tijdens de monstertocht ?Bossche 100?. 'De stilte, het alleen op weg lopen in de maneschijn. Fantastisch.'
(Foto Dick Sars)

Vrijdagavond, 22.00 uur

Op het moment dat bij voetbalvereniging CHC in Den Bosch de deelnemers aan de achttiende editie van de ’Bossche 100’ starten, is Arie den Hartog al drie kwartier aan het wandelen. De Almkerker loopt met drie maten voor de meute uit. „Wij controleren of alle routepijlen er nog staan“, meldt hij telefonisch.
Den Hartog is wandelaar in hart en nieren. Per jaar loopt hij ruim tien ultratochten van zo’n honderd kilometer. Aan de ’Bossche 100’ doet hij voor de veertiende keer mee. „Nu gaan we door de blubber, richting Engelen. Zes kilometer hebben we gehad. Het moeten er 110 worden.“ De route gaat, in een rondje, van Den Bosch tot Almkerk en terug. Den Hartog loopt in een wandellegging,’die zwabbert niet zo als een trainingsbroek’, en trainingsjack. Aan zijn voeten draagt hij sportschoenen. Voor de nachtelijke uren behoort een zaklamp tot de uitrusting. „Maar die hebben we nog niet nodig gehad.“

Vrijdagavond, 0.00 uur r

De ’Bossche 100’ is voor wandelaars één van de zwaarste ultratochten die er bestaat. Vanwege het modderige en veelal onverharde parcours én het vroege tijdstip in het jaar. Ook dit keer is het geen makkie, meldt Den Hartog. „Er is veel blubber, we moeten dwars door weilanden heen en zijn al acht keer over prikkeldraad geklommen.“ De temperatuur ligt rond het vriespunt. „Maar het is heel vochtig, dat maakt het erg koud.“
Desondanks gaat het lopen ’fantastisch’. „We hebben twintig kilometer gehad nu. We liggen prima op schema.“

Zaterdagmorgen, 6.00 uur

„Nog tien minuten, dan lopen we Almkerk binnen.“ De veertig kilometer die de wandelaars door het Land van Heusden en Altena lopen, zijn uitgezet door Den Hartog. Hij verheugt zich erop. „Ik hoop wat bekenden langs de weg te treffen.“
De Almkerker heeft geen last van vermoeidheid, wel van trek. „Er was straks snert bij een verzorgingspost, maar daar ben ik niet zo dol op. Zo dadelijk komen we bij een café waarvan de kastelein net langs de weg stond. Ik heb al een uitsmijter besteld.“ Wandelen in het holst van de nacht is volgens Den Hartog geweldig. „Heel zwaar, want je ziet nauwelijks waar je loopt, dus er is kans op blessures. Daarbij zijn houten bruggetjes erg glad omdat het vriest. Maar de stilte, het alleen op de weg lopen in de maneschijn, de vogels en reeën die we zien en horen, fantastisch.“

Zaterdagmorgen, 10.30 uur

Den Hartog heeft genoten van het wandelen door zijn eigen woonplaats. Zijn fototoestel maakt overuren. „We hebben het licht zien worden op het pontje bij Drongelen, en zijn langs het kasteel van Dussen gelopen. Het is echt prachtig.“
Grootste tegenstander is opnieuw zijn maag.
„We hadden net een verzorgingspost moeten hebben maar liggen intussen zoveel voor op schema dat er nog niemand was. Ik heb trek én buikkrampen, maar die zullen wel wegtrekken.“

Zaterdagmiddag, 14.45 uur

„We zijn er“, roept Den Hartog enthousiast. ’Super!’
De Almkerker is nog opmerkelijk fit na een nacht zonder slaap en 110 kilometer in de benen.
„Ik vond het niet zwaarder dan andere jaren.“ Dat geldt voor de meeste wandelaars. „Er zijn maar vier mensen uitgevallen.“ Naar bed gaan zit er voorlopig nog niet in. „Vanavond moet mijn zoon korfballen. Ik ga kijken.“