Tijd voor de Bossche Honderd        Frans Leijtens

Bron: http://members.lycos.nl/DutchCenturions/wsb.html

We liepen dit eerste stuk een mooie route, met hier en daar een uitdaging en geen spat regen. Gelukkig maar, want een enkele hindernis wordt een enkele reis lijdensweg als het fors zou regenen. Er was veel modder, een pad vol omgevallen bomen waar velen ten val kwamen, een lelijk hek met prikkeldraad en de smalle oever van de IJzeren Man in Vught. Genoeg gelegenheden om languit in de modder te belanden of de sloot in.

Al voor de eerste hoofdrust in Gemonde was ik een keer tegen de vlakte gegaan. Met niet meer dan een natte broek overleefde ik het eerste ongeluk van het weekend. In Gemonde liepen we snel het eerste extra lusje (het peloton Van der Kroft liep verkeerd) en bleek bij terugkomst dat de organisatie de fout had gemaakt om de tassen onbewaakt buiten de hoofdrust te stallen. Vijf tassen gestolen en drie Nederlanders en twee Belgen (Frans DeVogt was weer bij de ongelukkigen, samen met nog twee kersverse Centurions) waren al hun spullen kwijt. Enerzijds een onvergeeflijke fout, anderzijds zie je het bij zeer veel organisaties. Tot nu dan.

Meer bos, slootskanten en wat modder brachten ons naar Lennisheuvel, naast Boxtel. Daar was alweer een ruime rust gereserveerd, al liet de ventilatie van de zaal wat te wensen over. Met het wat saaie (vergeleken met de rest van de tocht) lusje erbij zaten we op 59 kilometer. Omdat ik toch wat slappe knieën had, probeerde ik de hele nacht zoveel mogelijk suiker naar binnen te werken en dat begon eindelijk te werken. In de ochtendschemering en motregen vertrokken we richting mijn speeltuin. Samen met Ton van Andel liep ik via de Kampina (met weer zo’n linke smalle oever hoog boven een diepe beek) en landgoed de Nemelaer naar Udenhout.

 

Voorbij Udenhout doken we de Brandt in. Soms kun je daar mooie slingerpaadjes nemen, nu stond alles behalve de hoofdpaden onder water. Of moet ik zeggen ‘meer onder water dan het hoofdpad onder water stond’? Na tien meter was alles onder kniehoogte doorweekt en modderbruin en was het niet meer nodig om om plassen heen te lopen. Koud was het water wel. Na de rijstepap trokken we de zandbak van Drunen, Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen, in. In een zeer mooie tocht was dit volgens mij toch wel het hoogtepunt en dat bedoel ik niet alleen figuurlijk. Of Hart van Brabant het van Ad Martens afkijkt of omgekeerd weet ik niet, maar we mochten menig heuvel op en af.

Toen we zowat iedereen voorbij liepen waagde Ton het een opmerking te plaatsen dat mensen met een Brabantse achtergrond toch wat beter uit de weg kunnen in los zand dan Zuid-Hollanders. Dat viel niet goed bij de Almkerker en Dirkslander voor ons, welke beiden een forse tempoversnelling inzetten richting Giersbergen. Toch mochten Ton en ik op het extra lusje voorop. Piet van der Kroft liep trouwens wederom verkeerd op dit rondje. Terwijl we zo feilloos de juiste weg door het bos kozen, kruiste een groep eerder genoemde Belgen ons pad. Ze hadden een pijltje gemist en brachten nu ons van slag. Onze poging hen terug op de route te brengen werd helaas door enkele Zuid-Hollanders verkeerd geïnterpreteerd (‘jullie lopen verkeerd’).

Of ze nu gelijk hadden of dat ze het graspad prefereerden boven de wat heuvelachtiger en uitdagender route, durf ik niet te zeggen, maar druk ruzieënd kwam de hele bende bij Giersbergen terug voor de derde hoofdrust. Ik voelde me wat duizelig worden, ondanks de appeltaart die gretig aftrek vond. De kopgroep vertrok dus zonder mij en nadat ik wat supporters uit Drunen gedag had gezegd, liep ik een tijdje samen met Servee Derks richting Vught. Ik voelde de vermoeidheid toeslaan en besloot nog een slag trager te gaan lopen. Dat hielp en op m’n gemak bereikte ik tegen vier uur Den Bosch. Wat langzamer dan andere jaren, maar wel zo veilig.

Pa overleefde zijn nachtelijke valpartij en wist zelfs de extra lusjes te lopen, iets wat andere, even snelle lopers niet mochten van de organisatie. Een tweede kleine smet op de zeventiende editie van dé winterklassieker, maar ja, perfect wordt het nooit. Gestolen tassen en nog steeds geklooi met die tien extra kilometers, noem het maar een leermoment. Route, bepijling, verzorging en hoofdrustlocaties (erg ruim) waren uitstekend. Jammer was wel dat veel deelnemers zich niet houden aan het eerste gebod van de wandelsport: Gij Zult Wandelen.

Hardlopen hoort in de veldloperij thuis, niet op deze wandeltocht (de eerste twee lettergrepen zeggen het eigenlijk al). Als je niet op tijd kunt zijn zonder te rennen, doe dan niet mee. Het was door het redelijk goede weer dit jaar een minder zware editie, maar hadden we hoosbuien gehad, dan was het een heel zware geweest. De laatste lopers waren nu een uur te laat binnen. Kun je nagaan wat er tijdens een moeilijke editie gebeurt.