DE 17e BOSSCHE 100

’s-HERTOGENBOSCH (NB)

Vrijdag/zaterdag  23/24 januari 2004                                                   110 km

Henk van Peski

 

Het is weer eind januari en  “De Bossche 100” komt er weer aan.  Deze wandeling is zoiets als een wintergriepje, je ontkomt er niet aan, je wordt er gewoon mee geïnfecteerd. Verleden jaar voor het eerst meegedaan, ook dit jaar vertoon ik alle verschijnselen van “De Bossche 100”-griep: ik moet weer zo nodig inschrijven. En dat juist in een weekend, waarin mijn zoon jarig is en ook de FLAL een leuke wandeling op het programma heeft staan. De enige mogelijkheid om deze griep onder controle te krij­gen, is op deze vierde vrijdag van januari naar ’s-Hertogenbosch af te reizen om daar gezamenlijk met een aantal lotgenoten (om precies te zijn honderd en tien) samen uit te zieken. Niet iedereen komt namelijk voor deze behandeling in aanmerking, slechts 110 startkaarten zijn er beschikbaar. De rest wordt op de wachtlijst voor volgend jaar geplaatst.

 

De incubatietijd

Echt weerstand opbouwen tegen deze griep is moeilijk, al in februari verschijnen de eerste berichten op http://Bossche100.nl, waarin verteld wordt dat de startplaats opnieuw S.V. CHC/Orka zal zijn en dat het nachtcafé en het ochtendcafé gevonden zijn. Een week later het bericht: “Op papier zijn we Den Bosch uit, de routebeschrijving voor de eerste 12,9 km is af. Veel onverhard is weer troef. Vandaag (1 maart 2003), na een droge periode, waren deze gedeelten goed begaanbaar.”

Dan een tegenvaller, het oude landmeterwieltje doet het niet meer. Maar gelukkig, er is nog wat kleingeld in de kas om een nieuw wieltje te kopen. Eind maart is er, na aanvankelijk nogal wat problemen een goede route te vinden, toch 39,3 km van het nachtparkoers bekend met slechts 12,9 km onverhard. Parkoersbouwers van dit traject zijn Regina Martens (sr) en Ad Martens. Zij zouden ook voor het derde stuk voor hun rekening nemen.

Het tweede stuk tot de tweede caférust komt uit de koker van Regina Mar­tens (jr) en Arnold van Ga­meren. Eind juli wordt door hen gerapporteerd: 9 km op papier, waarvan slechts 500 m verhard.

Dan is het even rustig op de website, maar in november weer volop nieuws: de route, inclusief de drie lusjes voor de stempelverzamelaars, is grotendeels bekend. Maar ook beginnen de onheilspellende berichten deel uit te maken van het nieuws, zoals: "Over prikkeldraad en dan over baggerdijkje. Moeilijke passage met links sloot, over tak­kenbossen, zandbergjes en wildgroei. Uw nachtelijk atletisch vermogen wordt op de proef gesteld." enTot nu toe hebben we bij de laatste etappe een venijnig stukje uit de route gelaten. Het begint langzaam er naar uit te zien dat we dat toch er in kunnen krijgen indien blijkt dat bij de komende metingen de route weer iets korter is dan dat ie nu op papier staat.”

In december gaat de berichtgeving van de parkoersinspectie in dezelfde stijl ver­der: “Paden die de afgelopen zomer prachtig begaanbaar waren bleken nu een hoog blubber- en watergehalte te hebben. Hier en daar waren zware tractoren de Stichting Bossche 100 prima gezind geweest door flinke diepe sporen achter te laten, welke  gevuld waren met een donker zwart waterke, zodat je alle moeite moest doen om de kantjes er van af te lopen wilde je droge voeten behouden. Maar ja, eens komt dat moment dat je toch nattigheid gaat voelen. Dat werd dan nog bij tijd en wijle opgevrolijkt met een striemende regen volop in het gelaat, dat enigszins schuin hing tegen de gierende wind. Nu was het bij daglicht, maar straks onder een donkere nachtelijke wolkenhemel is de strijd met de natuurelementen natuurlijk een nog schonere om te mogen beleven.” en  Vandaag gingen we de derde etappe controleren. We waren hier van de zomer al geweest met onderweg flink wat ijs ter afkoeling. Nu konden we onze voetjes dompelen in het ijswater.”

Een dergelijke berichtgeving zorgt voor een pittig malaisegevoel, nog eventjes en de griep breekt uit.

 

De uitbraak

Op vrijdagavond 23 januari tegen tienen is het dan zo ver, de papieren zijn uitgedeeld. Opwekkend leesvoer overigens. Wat te denken van: “Verkeerd lopen doe je in eigen tijd”,  “Verraderlijk paadje met boomwortels en afgrondjes langs het water.” En “Polder, bos, waterplassen, rivieren, dreven, grasdijken, weilanden met klaphekjes enz. Hier en daar hebben we zelfs wat boomstammetjes op de bospaden weten te leggen”. 99,2 km is de lengte van de tocht, de extra lusjes bedragen 8,71 km.

Dan gaan we na een korte, maar krachtige toespraak op stap en we lopen nu niet als verleden jaar direct al direct bij de eerste pijl verkeerd. Dit is ongetwijfeld te danken aan de “belangrijke informatie”, die ons op een geel papiertje wordt meegegeven: “Wie NIET oplet loopt VERKEERD!”. We zijn gewaarschuwd! Na zo’n 1,5 km kan men ook al weer mislopen wanneer men al keuvelend uit pure gewoonte het fietspad blijft volgen in plaats van het onverharde pad van een oud spoorlijntje. Maar toch, even later bij de IJzeren Man slagen we er toch in collectief verkeerd te lopen, in plaats van een onduidelijk bospad kiezen we voor een mooie asfalt­weg. Deze afwijking wordt na enige tijd duidelijk en we mogen weer terug naar punt 38 van het parkoers om alsnog het donkere bos in te duiken. Het is ’s nachts altijd moeilijk om een idee te hebben, waar je loopt, maar onder Vught en Sint-Michielsgestel langs komen we uit bij Café De Schuif in Gemonde (30,0 km). De kerktoren wijst exact 3:10 aan, als we de zaal binnenlopen, net op tijd voor Paul en mij om de twee laatste briefjes voor de eerste extra lus in ontvangst te kunnen nemen. Onze wandelkameraden, die iets later binnenkomen, moeten zich dit jaar tevredenstellen met 100 km, de 110 km gaat aan hun neus voorbij.

Na het extra rondje snel, heel snel, wat warms bestellen en dan weer verder. Langs Olland , Liempde en Daasdonk komen we, na nog een diner met boerenkool met worst en ranja toe genuttigd te hebben, uiteindelijk aan in Café De Trol in Lennisheuvel, net ten Zuiden van Boxtel gelegen. Hier hebben we er dan 53,4 km opzitten. We hebben vannacht geluk, het is nog steeds droog, en ach, het parkoers, dat heeft voldoende Bossche 100-kwaliteit om er niet over te hoeven klagen. Genoeg afgrondjes langs het water, verraderlijke paadjes met bomen over de weg, voldoende kans om natte voeten te halen, alles is aanwezig. Wanneer we de zaal binnenkomen, hebben we opnieuw geluk. Het tijdstip van 7:45 is al meer dan vijf minuten oud, maar toch krijgen we het fel begeerde briefje voor de extra lus. Ook nu weer, wanneer we terugkomen, is men al druk bezig de tassen in de auto te zetten en er is nauwelijks tijd om wat warms te drinken, we moeten verder!

 

Het parkoers van Regina Jr en Arnold

Het traject, dat ons nu te wachten staat, is van de hand van de jonge Regina en Arnold. Jong, ruig, uitdagend en speels, dat zijn enkele kenmerken van de jeugd, maar ook van het parkoers dat we voorgeschoteld krijgen. Het begint zachtjes te motregenen, allengs overgaand in een echte regen. Eerst over het natuurgebied Kampina, dan verder door het Brabantse landschap boven Oisterwijk en Udenhout. Wat ziet dit landschap er bij regen deprimerend uit, ik zie de schetsen en schilderijen van Vincent van Gogh de revue passeren.

Maar dan, na Udenhout, dan is de jeugdige over­moed niet meer te remmen. Met man en macht moet de Bossche 100 bezig zijn geweest om het traject zo nat mogelijk te krijgen. Hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen, zal pas over een groot aantal jaren bij lezing van de geheime notulen van de organisatie duidelijk worden. Nu hebben we geen inspraak, we moeten deze kilometers lange paden in het moerasgebied Het Gommelen en De Brand trotseren. Een pittig gevecht met de grond, die bij elke voet­stap verwoede pogingen doet de schoenen uit te trekken. Net voordat we de wagen­rust met warme rijstebrijpap met krenten en pruimen krijgen, moeten we nog een twintig centimeter breed glibberig pad met aan de linker kant een steil talud naar beneden het water in en rechts een eveneens onaantrekkelijke prikkeldraadafrastering trotseren.

Na deze voeding gaan we weer verder. Direct al zie ik een bordje Loonse en Drunense Duinen. Even later wordt het me duidelijk wat hiermee bedoeld wordt. Nu geen kilometers lang moddertraject, dat niet, maar een even zo lang stuk mul zand, daar ben ik niet echt blij mee. Er komt geen eind aan. Ik begin ook iets meer te begrijpen van de symboliek van het officiële wapen van de Bossche 100. Ik herken de twee bruten met de knuppels!  In mijn visioenen meen ik zelfs de gezichten te herkennen. Maar toch komt er nog een eind aan deze kwelling, zandhaas zal ik nooit worden.  Maar net voor de rust in Café De 3 Linden in Giersbergen toch nog een grapje, de heuveltjes hier vallen zwaar na modder en zand getrotseerd te hebben, de verzuurde spieren zijn hier duidelijk niet blij mee. Waar we wel blij mee zijn, is het feit dat het ondertussen opgehouden heeft te regenen.

Het laatste rondje van 2 km is nog een miniatuur­herhaling van modder, zand en heuveltjes en dan, dan gunnen we ons voor het eerst een rust van een kwartiertje om even bij te komen.

 

De laatste loodjes

Dan beginnen we aan de laatste 16 kilometer. Via het bosgebied Helvoirtse Heide, langs de IJzeren Man, nu bij daglichten, en het gebied de Vughtse Heide, waar ook nog een mooi mul zandpad gevonden is, lopen we onderlangs Den Bosch terug naar de finish, alwaar we tegen de klok van zessen de felbegeerde Bossche Bol uitgereikt krijgen.

Het zit er weer op, blij dat alles goed gegaan is. Slechts 4 uitvallers op zo’n zware tocht, dat is niet veel. Een zware tocht, dat mag wel gezegd worden van deze Bossche 100. Voor mij is het in elk geval de zwaarste tocht ooit, die ik in mijn nog relatief korte wandelcarrière gelopen heb. De voldoening is des te groter. En natuurlijk dank aan het voltallige “Bossche 100” team voor hun enorme inzet om zo’n wandeling van begin tot eind te organiseren.

De griep is overigens over, deze heeft plaats gemaakt voor een lichte verkoudheid. Maar toch, ik vrees dat ik volgend jaar, zonder een griepinjectie, weer ten prooi zal vallen aan deze Bossche 100-griep.