17de
Bossche 100
23 op 24 januari
In de week voor de Bossche 100 volg ik de weerberichten van dag tot dag; het heeft geen zin, ik weet het, maar toch doen wij het! Wat voor weer het ook wordt, we krijgen er per slot van rekening allemaal mee te maken.
De
uitpijlers hadden vrijdag overdag gelukkig prachtige weer. Dat spreken we zo van
te voren af, dan gaan ze ook volgend jaar graag weer een dag voor ons op pad!
Ik
had al een paar koppen bedacht voor mijn verslag, zoals: 'Wandelen in het
maneschijnsel' of 'De weg kwijt', maar er was geen maan, en de laatste jaren is
er zo goed gepijld dat je bijna niet meer kunt verdwalen, of je moet niet ver
van de finish de pijlen van de eerste uren weer gaan volgen!
De
beste kop hoorde ik na afloop van de tocht in de kleedkamer: 'Glijen in extase'.
Dat was voor verschillende stukken van het parkoers wel van toepassing, vooral
op zaterdagmorgen in de regen voordat we de zandbak ingingen.
Vrijdagavond
om 22.00 uur ging een record aantal van 109 deelnemers van start. Onder hen veel
bekenden en goed getrainde wandelaars. Zij weten wat hen in de komende uren
staat te wachten. Achteraf hoorde ik dat de Bossche EHBO'ers maar 10 mensen
hoefden te verzorgen, en dat er slechts 4 uitvallers waren.
Het
is vrij helder, en er zijn zelfs enkele sterren zichtbaar. Er wordt echter meer
bewolking en zelfs regen verwacht, maar voorlopig is het nog droog. De
temperatuur ligt rond het vriespunt. De onverharde paden worden zo ook langzaam
harder door de intredende nachtvorst.
Na
ruim 9 km bereiken we de eerste van de in totaal 10 wagenrusten, en met daarbij
nog 3 caférusten is er voldoende gelegenheid om op krachten te komen en te
blijven.
Dan
bereiken we 'De IJzeren Man', een grote recreatieplas bij Vught, waar we achter
langs moeten wandelen, en waar volgens de routebeschrijving: 'een verraderlijk
paadje met boomwortels en afgrondjes' op ons ligt te wachten. Een zaklantaarn is
hier onontbeerlijk. Enkele wandelaars proberen een andere route uit, maar daar
is niet gepijld.
Daarna
gaan we verder op weg naar de volgende hindernissen, die zich al spoedig
aankondigen op de bospaden in het buitengebied van Vught. Zonder het licht van
een zaklantaarn gaat het aanvankelijk goed; er liggen wat boomstammen over het
pad. Later volgen nog meer overstapjes, maar nu met licht van opzij en dat gaat
moeilijker. Ik moet nu als tegenlicht mijn lamp aan doen om de hindernissen te
kunnen nemen.
Niet
veel later komen we bij een ven, waar we links omheen moeten wandelen. Het zijn
onduidelijke, glibberige, natte paadjes met meerdere mogelijkheden om ze te
bewandelen. Maar zolang je het ven in de gaten weet te houden, kom je ook wel op
de goede plek uit de wildernis. En daar is dan een eindje verderop de tweede
wagenrust. 
Het
is goed dat de bepijling nog eens gecontroleerd wordt voordat de wandelaars
erlangs komen. Juist op deze plaatsen, waar je het niet zou verwachten, waren de
pijlen verdwenen. Drie kilometer verderop staan we ineens voor prikkeldraad,
daar moeten we overheen. Er volgt een onduidelijke rimboe met riet,
takkenbossen, en hobbels. Het is een verbindingsstukje van ruim 100 m tussen
twee graspaden. Dan bereiken we de Essche Stroom, waar we af en toe struikelen
over half bevroren molshopen. Aan het einde van het pad tussen twee waterlopen
in, komen we bij de derde wagenrust. Nu moeten we onder de snelweg Den
Bosch-Eindhoven (A2) door. Even hebben we asfalt onder de voeten, maar weldra
gaat dat weer over in onverhard.
Na
een tijdje bereiken we een graspad langs rivier de Dommel. Het water is hier
breed en tegen de oever aan de overzijde horen en ontwaren we ganzen. Dan gaan
we een paar klaphekjes door en krijgen nog enkele zandpaden, voordat we
langzamerhand op de verharde weg komen richting onze eerste caférust in
Gemonde. Op afstand zien we al de verlichte wijzerplaat van de toren en
aangezien onze rust in een café is voorzien, zal die wel niet ver van de kerk
af zijn. En, inderdaad het is zo, en er zijn nu 30 km afgelegd.
De
soep en cola smaken goed, samen met de meegebrachte pannenkoeken uit mijn
weekendtas. We moeten hier langer blijven dan in het routeboekje staat vermeld.
Enkele wandelaars zijn wat langer onderweg, doordat ze een verkeerde afslag
hebben genomen, of de routebeschrijving verkeerd hebben geïnterpreteerd.
Iets
over 03.30 uur gaan we naar buiten, de koude donkere nacht in. De volgende
binnenrust is over 23 km, met daartussen twee wagenrusten. Dit deel van de tocht
bestaat uit heel wat asfaltwegen, maar de paden die daarnaast in de beschrijving
als onverhard staan aangeduid, zouden beter modder-, glij- en plassenpaden
genoemd kunnen worden.
Op
de 5de wagenrust, het is dan ongeveer 06.00 uur, krijgen we
boerenkoolstamp met worst. Dat is goed, daar knappen we van op! Een eind na deze
wagenrust kruisen we weer de A2, maar nu gaan we er overheen. In de verte zien
we al de verlichte wijzerplaten van de kerktoren in Lennisheuvel bij Boxtel.
Daar is ook een caférust gepland, waarschijnlijk niet ver van de kerk. Net
voordat we daar naar binnen gaan, voelen we de eerste druppels regen.
Ik
bestel weer soep met cola en neem ook nog een pannenkoek en een stroopwafel van
thuis, die er best in gaan.
Het
vertrek wordt nog even uitgesteld, maar om 08.30 uur stappen we op.
Het
motregent, de straat is nat. Maar gelukkig geen ijzel, daarvoor is het 's nachts
net niet koud genoeg geweest. Nu krijgen we een lang verbindingsstuk naar de
volgende binnenrust. Tussen de 53 km en 82 km staan drie wagenrusten gepland.
Het wandelt nu een stuk prettiger bij daglicht; het is minder vermoeiend ondanks
de lichte regen.
We
wandelen door natuurgebied De Kampina en komen zo in de bossen bij Oisterwijk.
Daar gaan we langs vennen en een waterloop (voorzichtig), via natte bospaden
naar de 6de wagenrust..
Even
verderop moeten we de drukke dubbele spoorlijn Den Bosch-Tilburg oversteken, via
een overstapje zomaar ergens het bos. Ergens in het buitengebied van Oisterwijk
steken we de weg Den Bosch-Tilburg (N65) over, naar Udenhout. Hier zijn veel
boomkwekerijen, evenals bij Esch en Lennisheuvel, plaatsjes waar we eerder door
kwamen.
Ook
na de 7de wagenrust houden we nog steeds afwisselend motregen, droog
en lichte regen. We komen nu de Brand, een moerassig gebied met modderpaden,
maar dan geschreven in hoofdletters! Hier is het echt glijen, aanmodderen en
maar hopen dat je op de been blijft. Via slootkantjes, over plat getreden riet,
en over bruggetjes komen we bij de 8ste wagenrust op 76 km.
Hier
zijn we toch wel toe aan iets extras, voordat we de Drunense duinen in gaan. Het
is een mulle zandbak, waar de route uiteraard dwars doorheen gaat. We krijgen
warme rijstepap met krenten en rozijnen; ik werk er 2 bekertjes van naar binnen
en voel me als herboren. Vol goede moed klim ik het eerste duin op.
Het
valt mee. Het zand is nat en daardoor plakt het wat beter aan elkaar en zodoende
komen we er makkelijker door. Ergens onderweg water ik mijn naam in het mulle
zand, en opgelucht ga ik weer verder.
Onze
voorgangers hebben een duidelijk spoor achter gelaten in het mulle, natte zand.
Na 3 km is het plotseling over en duiken we vanaf een hoog stuifduin letterlijk
naar beneden het bos in. Hier is het allemaal wat vlakker en rustiger. Na enige
tijd komen we op een fietspad, dat ons naar de laatste caférust leidt aan de
andere kant van de zandvlakte in het gehucht Giersbergen onder Drunen.
Voor
de 'vlugge' wandelaars, die het gelukt is niet te verdwalen en die bang zijn dat
ze bij een te lange rustpauze in slaap zullen vallen en dan niet gewekt worden,
bestaat de mogelijkheid om tijdens de 3 binnenrusten een extra rondje te gaan
wandelen van telkens ongeveer 3 km, hiervoor krijgen ze dan een aantekening in
hun 'Long Distance Walker' boekje.
Na
voldoende rust vertrek ik voor de resterende 18 km naar Den Bosch. Het is
ondertussen 13.45 uur; ik ben laat deze keer. Het is ook een pittige tocht tot
nu toe.
De
laatste kilometers zijn niet moeilijk meer, dus het gaat rustig aan. Ontspannen
wandel ik door de bossen richting Vught. Onderweg, bij nog een wagenrust, halen
enkele OLAT-wandelaars mij in, en vandaar af ga ik samen met Cor v/d Heijden
terug naar Den Bosch.
De
10de en laatste wagenrust staat net voor de brug over het
afwateringskanaal, dat van Den Bosch naar Waalwijk loopt en dat uiteindelijk in
de Maas eindigt.
Even
na 16.30 uur zijn we terug op Sportpark 'De Schutskamp', waar we vrijdagavond om
22.00 uur vertrokken zijn.
De
familie Martens heeft ons in dit weekend een goed gepijld, modderig, nat,
zanderig, hobbelig, struikelend, glijdend, heuvelachtig, zwaar parkoers geboden,
samen met veel helpende handen van OLAT-ers en anderen.
Ik
verheug me alweer op de volgende editie in 2005.