De Bossche 100           'Enjoy the view'

Door: Klaas Bakker

 

De eerste wagenrust hebben we nog niet bereikt en we zijn al tot de enkels in de modder gezakt:

de Bossche 100 anno 2003 is begonnen.

In 's Hertogenbosch gaan op 24 januari 's avonds om 22.00 uur 99 deelnemers van start voor de 16e Bossche 100. De meesten onder ons weten wat ze te wachten staat en de nieuwkomers zijn hopelijk voldoende ingelicht, anders merken ze onderweg wel waar ze aan begonnen zijn!

Boven ons is een mooie sterrenhemel. Het is fris, de temperatuur ligt rond het vriespunt en er is weinig wind. Voor regen hoeven we voorlopig niet bang te zijn.

We wandelen nu over een goed begaanbaar graspad langs de rivier De Dommel, waar enkele mollen het echter nodig hebben gevonden om hier en daar flinke struikelblokken op te werpen. Een zaklantaarn is daarom tijdens de nachtelijke uren een noodzaak, vooral als de maan er even niet bij is.

Na bijna 10 km wandelen komen we bij de eerste wagenrust; de kop is er af, en een warme dronk is nu een welkome onderbreking.

Zo'n nachtelijke tocht is niet helemaal van gevaren ontbloot. In het buitengebied, waar bij zulke tochten veelvuldig gebruik van wordt gemaakt, komen we langs gehuchten en alleenstaande boerderijen, waar dan honden in hun slaap worden gestoord en zodoende de bewoners er op attenderen dat er buiten iets gaande is. En, het zou niet de eerste keer zijn, dat de bewoner met zijn hond naar buiten kwam, gewapend met een stok of hooivork -o nee, dat is ouderwets, een geweer of pistool is meer van deze tijd-.

We dragen allemaal een reflecterend hesje, en zijn daarom redelijk goed zichtbaar. Bovendien is het raadzaam om vooral 's nachts niet alleen te wandelen, in ieder geval om bij iemand in de buurt te blijven, voor het geval er iets mocht gebeuren.

De gele pijlen die de richting aangeven, zijn goed te volgen en voor de moeilijke punten op het parkoers hebben alle wandelaars een extra informatieblad mee­gekregen, waarop 12 'goeie foutloop punten' staan, die eventueel afdwalen moeten voorkomen. Toch ging ik nog op twee van deze punten 'een kleine verkenning' niet uit de weg. Maar ik had het dan vlug in de gaten, want het te bewandelen parkoers was zo goed aangegeven dat je al meteen de pijlen miste.

 De eerste caférust bereiken we om even voor 03.00 uur, dat is op 31 km te Olland bij Sint-Oedenrode. Het is de bakermat van OLAT, de wandelsportclub die hier in 1967 werd opgericht. Onder de deelnemers aan de Bossche 100 treffen we alle jaren ook heel veel leden van OLAT.

Om 03.40 uur mogen we weer vertrekken, de rust heeft ons goed gedaan. Ondertussen is er ook een half maantje bijgekomen, en dat geeft ons toch wat meer licht op het parkoers.

Op 40 km komen we bij de 4e wagenrust. Deze ligt aan de voet van een voormalige vuilnisbelt, waar we natuurlijk overheen moeten, het kan namelijk niet anders! In de routebeschrijving lezen we: 'het hoogste punt van de tocht -enjoy the view'- het rotste plekje op de route.' Het uitzicht boven is alleen maar oneindig, anders is er niet veel te zien; in deze buurt en tijd van het jaar is het 's morgens om 05.00 uur nog tamelijk donker.

Bij deze wagenrust krijgen we boerenkoolstamppot met worst als vroeg ontbijt, en dat gaat er bij iedereen goed in.

Van wandelen krijg je een enorme trek en bij een temperatuur van iets onder nul verbruik je heel wat energie.

Er staan nu nog drie moeilijke passages op het informatieblad, waarvan er één gemist wordt. We keren echter spoedig op onze schreden terug en vinden het juiste pad dat het donkere bos ingaat. Hier is een zaklantaarn onmisbaar. We komen bij de vijfde wagenrust en vanaf daar is het nog 6 km naar de tweede caférust in Keldonk. We hebben er dan 53˝ km opzitten.

Hier vertrekken we om 08.10 uur; het is inmiddels licht geworden, en dat is wel zo prettig en minder vermoeiend. Door de vorst zijn de randen van bandensporen op de paden hard geworden, en vooral in de vroege morgenuren was dat uitkijken geblazen en voorzichtig aftasten en laveren op de buitenwegen die aan het begin van de nacht nog modderig waren. Gedurende de ochtend gaat de temperatuur omhoog en daarmee verdwijnt automatisch dat probleem.

Wagenrust 6 staat op 61˝ km. Als we daar aankomen is het bijna 09.30 uur en staat er nog een verlaat ontbijt op ons te wachten met rijstepap, rozijnen en pruimen. Dat geeft weer voldoende kracht om verder te gaan.

Wij wandelen nu langs diverse waterlopen en op die graspaden kom je goed vooruit.

Na een doodlopende zandweg staan we dan ineens voor een steile heuvel die natuurlijk genomen moet worden. Hijgend als paarden komen we boven, de beenspieren protesteren hevig, ze hadden ook al 70 km volop meegewerkt. We blijven op de heuvelrug de pijlen volgen en komen bij een open stuk, waar we op een paar honderd meter voor ons een groepje wandelaars het bos in zien verdwijnen. Wij gaan achter hen aan over het in de schaduw liggend hard bevroren zand. Achteraf gezien hadden we toch nog een heuvelrug moeten nemen, maar hier op dat schuivende zand was het ook geen pretje.

Hierna zien we weinig markeringen, wel soms nog restjes van afgerukte pijlen. We volgen de voetsporen van de wandelaars voor ons, die we in de verte zien voortsjouwen.

Uiteindelijk komen we toch, na nog een wagenrust gepasseerd te zijn, bij de derde en laatste caférust. Het is inmiddels rond 12.00 uur en er staan 79 km op onze teller.

Hier in Heeswijk-Dinther kunnen we evenals in de twee voorgaande binnenrusten over onze sporttassen be­schikken. Die tassen zitten natuurlijk vol met reserve-kleren, schoenen en sokken. Gelukkig hoeven we die tas niet zelf mee te dragen, want dan zouden we veel minder meenemen; je hebt het trouwens bijna nooit nodig. Gelukkig heb ik ook bijna nooit last van blaren en eeltvorming op m'n voeten. Dat eelt slijt er volgens mij na al die kilometers vanzelf af en de uierzalf houdt de voeten zacht en soepel. M'n sokken koop ik bij de HEMA of Zeeman, liefst zwart van kleur, die blijven schoon!!

Vanuit de 3 cafés kan eventueel een extra rondje van ruim 3 km gewandeld worden, voor een aantekening in het Long Distance wandelboekje.

Na een kop koffie en Cola, gaan we naar buiten voor de laatste 21 km. Ik wandel nu samen met Sjef Koolen en Frits Mennen, en bij ons in de buurt loopt een groepje Belgen, die zijn bij de Bossche 100 ook altijd goed vertegenwoordigd.

Voor de namiddag is er regen voorspeld en die komt er ook. Met een straffe wind op kop volgen we nog steeds onverharde paden richting 's Hertogenbosch.

Op vrijdagavond verlieten we de stad via de zuidelijke vestingwal en nu op zaterdagmiddag nemen we de stad in via de noordelijke vestingwallen. Zo wandelen we terug langs het NS-station naar de finishplaats op het sportpark 'De Schutterskamp'.

De organisatie was in handen van de familie Martens, samen met heel veel anderen, waaronder veel OLAT-leden die meehielpen in de verzorging of anderzijds waren betrokken bij het goede verloop van deze wintertocht.

De parkoersen waren uitgezet door: Ad, Regina Martens sr en jr, Arnold van Gameren en natuurlijk Ad Verbakel, we kwamen tenslotte door zijn woonplaats Keldonk.

De Bossche bol miste ik deze keer, het zal wel aan mij gelegen hebben, door slaapgebrek en vermoeidheid van mijn stuk gebracht heb ik er niet meer aan gedacht....

'Nooit meer', denk je dan wel eens na het volbrengen van zo'n tocht, tot de volgende keer dan maar weer...