DE
16e BOSSCHE 100 (110)
‘s-HERTOGENBOSCH
Vrijdag/zaterdag
24/25 januari 2003 110
km
Henk van Peski
De Bossche 100: de klassieker onder de
lange afstandstochten voor iedereen die de Bossche 100 niet meer kan missen,
geen zin heeft in een lange afstandswinterstop en alle anderen die niet terug
deinzen om in de winter een uiterst zware wandeltocht van 100 km te lopen. Dit
alles vertelt me de folder, die ik op
een wandeltocht enige weken geleden heb meegenomen. De folder leert me ook, dat
er ook dit jaar een nieuwe route is uitgezet. Ik dien, als ik meedoe, rekening
te houden met een zwaar parkoers, waarin zowel overdag als ’s nachts veel
onverharde, soms modderige paden zijn opgenomen. Ik moet er wel aan denken om
een paar extra droge schoenen, droge kleding en een zaklamp mee te nemen.
Deze tocht is in 1988 aan het brein van Annie Gijzel en Theo van der Wijst ontsproten. In dat jaar wordt de Eerste Bossche 100 gelopen met 34 wandelaars, waarvan er slechts één uitviel. Het Brabants Dagblad van 26 januari 1988 vermeldt onder meer: “Volgens Theo van der Wijst wordt volgend jaar weer een Bossche 100 gehouden, ook in januari. De ‘Bossche 100’ zal geen wandeltocht worden voor grote groepen recreatieve lopers, zoals die elders in het land wel gehouden worden. Daarvan zijn er al zoveel. Wij willen er geen ongeoefende lopers bijhebben, aldus Theo van der Wijst.”
Zowel van dit krantenartikeltje, van alle verhalen die ik links en rechts al van deze tocht gehoord heb, alsmede van de op http://www.bossche100.nl geplaatste verslagen, kan ik slechts concluderen, dat de folder niet overdrijft. Het moet een pittige tocht zijn.
Er
kan zelfs nog een stempeltje voor het Long Distance Walker wandelpaspoort
verkregen worden, maar dat schijnt niet zo eenvoudig te zijn. Tijdens de drie
caférusten moeten extra lussen gelopen worden: komt men te laat aan, dan
wordt er geen routebeschrijving voor de (niet-gepijlde) lus verstrekt. Van Paul
hoor ik, dat hij de laatste keer wegens te late aankomst niet aan de extra 10 km
mocht begonnen. Als Paul dit niet lukt, wie ben ik dan om dit stempeltje te
bemachtigen?
Toch
schrijf ik in! Deze uitdaging trekt me aan, waarom, ik weet het niet. Of is het
toch een al dan niet milde vorm van verstandsverbijstering?
Het
is en het blijft de Bossche 100
Ook
voor deze tocht werkt de familietaxi weer uitstekend. Mijn zoon Marc brengt me,
mijn dochter Monique met man en kleinzoon Mitchell komen me weer ophalen. Het is
gezellig druk in het gebouwtje van de voetbalclub CHC, als ik aankom. De
formaliteiten zijn snel vervuld. Even nog een kop koffie en dan is het tijd om
te vertrekken. Ik zie een flink aantal bekende gezichten, waaronder die van Cor,
Bram, Hennie en Clen, maar ook Paul is natuurlijk van de partij. Met hem zal ik
deze tocht lopen. Om tien uur precies mogen we (honderd wandelaars, waarvan er
94 zullen finishen) op stap, nadat ons er op gewezen is dat we opgaan voor de
Bossche 100. En als er wandelaars zijn, die toch het extra stempeltje willen
hebben, dan kan dat. Maar dan moeten ze wel op tijd bij de caférusten zijn. Te
laat betekent een startverbod voor het extra rondje. En alsjeblieft geen
discussie hierover met de controleurs. Het verhaal is duidelijk, met zo’n
ontmoedigend verhaal en de eerdere ervaringen van Paul kan ik de 110 wel
vergeten. Het knopje gaat om en ik zal ook met 100 km tevreden zijn.

De nacht in
Na de start lopen we eerst een stukje door Den Bosch-Zuid, waarbij al direct opvalt dat de parkoersbouwers het zich (en ons) niet gemakkelijk maken. Waarom zul je voor huizen langs lopen als er ook nog een smal paadje tussen de achtertuin en een watertje loopt. Dan gaan we het natuurgebied Bossche Broek in. In 1995 liep gedurende de hoogwaterperiode een groot deel van dit gebied, alsmede een deel van de autosnelweg A2 onder. Nu is het Bossche Broek geschikt gemaakt voor gecontroleerde overstroming, waardoor de rest van Den Bosch en omgeving hoopt de schoenen droog te kunnen houden. Zullen wij vannacht onze schoenen ook droog houden? Bij de Heineken-wandeltocht verleden jaar hebben we deze polder ook aangedaan, toen via de geasfalteerde paden. Nu maken we ook kennis met het graspad over de dijk langs de Dommel en andere onverharde paden. Vooral vanaf de dijk is het uitzicht op Den Bosch met zijn Sint-Janskathedraal met al zijn lichtjes ronduit schitterend. Net voordat we de A2 kruisen, treffen we de eerste wagenrust aan, er zijn al bijna 10 km afgelegd.
Modder
en blub blub
Na een kop koffie en een sneetje brood
gaan we op weg naar Sint-Michielsgestel (kortweg Gestel), waarbij we onder meer
volgens de beschrijving over een “smal, glibberig en zeer modderig paadje
langs sloot” moeten wandelen. Wat viel dat mee, de FLAL laat ons regelmatig
over dit soort paden lopen zonder waarschuwing! Gestel betekent overigens zoveel
als ‘hoge, droge zandgrond’. Hierop groeide in de loop der tijd een flink
dorp rond een aan St. Michael gewijde kerk, vandaar Sint Michielsgestel. Net
voordat we dit dorp binnenlopen, maken we kennis met het aan de Dommel gelegen conferentie-
en opleidingscentrum De Ruwenberg, dat zich in een eeuwenoud park bevindt met
als middelpunt van dit complex het fraaie, in originele staat gebleven, kasteel,
dat dateert uit de 14e eeuw. Heel mooi, dit fraai verlichte kasteeltje zo tegen
middernacht.

Dan lopen we een tijdje langs de Dommel, het voor Brabant
zo karakteristieke riviertje, dat zijn oorsprong vindt op het Kempisch Plateau
ten oosten van Helchteren. De vele draaikolken (wielen) die in de Dommel
voorkwamen, hebben het aan zijn naam geholpen. De oude naam voor het riviertje
is Dutmala. Dut wordt in verband gebracht met de Indogermaanse wortel dhu =
duizelen, dutten, draaien en malla = vlekken, plekken. De waternaam Dommel
betekent dus: het water met draaiende plekken.
Bij het bosgebiedje Schoonberg laten we de Dommel even
los, deze maakt een rondje om Boxtel heen, wij gaan naar het Omleidingskanaal
(een gekanaliseerde afsnijding van een bocht in de Dommel). Bij het kanaal
krijgen we, evenals al wat eerder bij de Dommel, het dringende advies linksaf te
gaan, rechtdoor is “blub, blub kopje onder”. Zo’n advies volgen we graag
op, met een temperatuur, die iets onder het vriespunt zal zijn, lijkt een
biatlon wandelen–zwemmen toch niet zo geslaagd. Dan nemen we afscheid van het
kanaal en gaan via zandpaden en zowaar wat asfaltwegen naar de eerste caférust
in ‘De Dorpsherberg’ in Olland (31 km). Hier lopen we op met een wandelaar,
die zijn eerste extra lusje van 3535 meter er bijna er op heeft zitten. Paul en
ik melden ons netjes bij de controlepost en tot onze stomme verbazing wordt ons
gevraagd: “Gaan jullie het lusje ook nog doen?”. Het knopje gaat bij mij
meteen weer om van 100 naar 110 en ik zeg gretig “Ja”. We krijgen de
routebeschrijving uitgereikt en gaan gelijk het café weer uit om het
niet-gepijlde, maar uitstekend beschreven rondje te maken. Als we terugkomen,
moeten we eigenlijk al gelijk weer vertrekken, maar we gunnen ons toch nog even
een kop warme chocolademelk. Ook zie ik dat sommigen het woord caférust wel erg
letterlijk nemen, op de grond liggen er een paar te maffen.
Boerenkool bij een vuilnisbelt
Bijna achteraan in het peloton gaan we via de
Schijndelsche Heide naar de vuilnisbelt bij Eerde. Maar voordat we de berg
bestijgen, wordt ons even na vijven in de morgen boerenkool met worst en als
toetje een glaasje ranja geoffreerd. Dat smaakt! Maar dan moeten we toch de naar
benzine ruikende afgedekte berg vuilnis op en er aan de andere kant weer af, om
dan een pittige boswandeling in de Eerdse Bergen te maken. Een smal, sterk
slingerend, en flink heuvelachtig paadje maakt dat de Bossche 100 hier een
ganzenmars wordt.
Dan lopen we even langs de N265 en gaan vervolgens via
zandwegen, grasbanen, verharde wegen en de brug over de Zuid-Willemsvaart naar
de 2e caférust in “De Oude School” in Keldonk. Ook hier mogen
we zowaar weer een papiertje in ontvangst nemen voor een rondje van 3185 meter
om de kerk.
Wanneer we tijdens dit lusje het op slot zittende hek
naast de begraafplaats staan te bekijken en bestuderen hoe deze hindernis te
nemen, komt Cor aangelopen.
Hij heeft het gepresteerd om vijf km verkeerd te lopen en was bang om niet meer de lusjes te mogen doen. Nu hij ons ziet, is hij weer wat gerustgesteld. Hoe hij zo lang fout heeft kunnen lopen, is me een raadsel. Er is zo goed en veelvuldig gepijld. Als er binnen een paar honderd meter geen ondersteuningspijl of een rood/wit-lintje te vinden was, zat je verkeerd! Maar goed, hij is er weer bij. Met hulp van elkaar weten we een prikkeldraadversperring aan de zijkant zonder kleerscheuren te nemen en we kunnen toch verder. Ook na dit rondje nog even een kop chocolademelk besteld en dan weer weg. Het rusten gaat vrijwel geheel op aan de extra lussen, maar dat heb ik liever dan een half uur of langer te wachten.
Er zijn nog meer duinen in Brabant
Vanuit Keldonk gaan we via Mariaheide en
de zevende wagenrust met rijstepap met krenten naar een duingebied, dat me
geheel onbekend was. De Loonsche en Drunensche Duinen zijn in wandelland
overbekend en zelfs berucht, maar er blijkt ook een zeer pittig duingebiedje net
ten westen van Uden te liggen: de Bedafsche Bergen. Met een hoogte van 25 m is
het de hoogste stuifzandwal van Noord-Brabant, met daarachter een uitgestoven
laagte. De wandeling in dit fraaie gebied wordt wat makkelijker gemaakt doordat
de bovenlaag van het zand bevroren is. Hierdoor blijft het volscheppen van de
schoenen met duinzand achterwege.

Het
laatste lusje
Dan zijn we weer in het vlakke land teruggekeerd en wandelen via de Meeuwer heide en Heische Wal naar de derde en laatste caférust in Café ‘Stanserhorn’ in Heeswijk-Dinther. Ook hier krijgen we het blaadje met de beschrijving van de lus uitgereikt, nu wel met de mededeling dat we hierna maar weinig rusttijd overhebben om op tijd voor het laatste traject op stap te gaan. De lus is nu nog maar 2850 meter en voert ons onder meer langs het circuit van Stanserhorn. Na afloop nemen we toch nog even tijd voor een consumptie.
Op
naar de Bossche Bol
Nu de laatste loodjes nog, we hebben nog 21 km te gaan. Via de Heeswijksche Bosschen, Engelenstede en Hooge Heide komen we bij de Grote Wetering uit. Dit kanaal zullen we tot Hintham in ’s-Hertogenbosch volgen. Het is ondertussen gaan regenen en het graspad op het dijkje biedt geen beschutting. Het parkoers komt nu wat saai op ons over: lange, min of meer rechte stukken. Maar ja, we hebben zeventien uur een fantastisch parkoers mogen lopen door een sterk afwisselend landschap met daarbij fraai weer, droog, ook ’s nachts niet al te koud en overdag regelmatig het zonnetje. De regen en toch ook de vermoeidheid maken waarschijnlijk dat we wat minder oog voor de omgeving krijgen. Ook in Den Bosch blijven we over grasvelden, annex hondenuitlaatplaatsen het water volgen om via het station weer op de Kooikersweg uit te komen. Om zeven minuten over half zes kunnen Paul en ik ons afmelden, 110 km zitten er op met slechts korte rusten voor een consumptie in de drie cafés en bij de over het algemeen staande recepties op de tien wagenrusten.
Een zware tocht, dat wel, maar hij is me zeker niet tegengevallen. Een tocht, die qua onverharde wegen de Omloop van Goeree aardig evenaart. Ik heb een schatting gehoord van slechts dertig procent verhard. Dit percentage lijkt me heel acceptabel. Daarnaast heb ik het sterke gevoel, dat het meeste asfalt bij daglicht te bewonderen was, ’s nachts was er naar mijn idee minder verhard.
En dat ik voor dit rondje Schijndel toch het LDW wandelpaspoort kan laten afstempelen, dat had ik niet gedacht. Maar deze prestatie kon slechts behaald worden dank zij de werkelijk uitstekende verzorging van het Bossche 100 team: parkoers, bepijling, verzorging, administratie, alles perfect in orde.

De beloning voor de wandeltocht is een diploma. Beige voor de 110 en groen voor de 100 km, ditzelfde kleurverschil weerspiegelt zich ook in het plaatje voor de wandelboekjes. Verschil moet er zijn.
En natuurlijk, er ligt een Bossche Bol op
ons te wachten. Een tractatie, die zich na zo’n wandeltocht goed laat smaken. 
Dan arriveert de ‘taxi’ en ik wordt weer naar huis gebracht. Een uiterst voldaan gevoel maakt zich van me meester, ook ‘De Bossche 110’ heb ik gelopen!
Henk van Peski