Bossche 100, stichting de Bossche Honderd, 110 km,
januari 2002
Het
laatste weekend van januari bleek dit jaar een extra verhaaltje waard. Dat wordt
vooral veroorzaakt door de nodige sterke verhalen over de Bossche Honderd. Met
een vernieuwde route en prima lenteweer werd deze, onder leiding van de familie
Martens, een groot succes voor de maar liefst 98 deelnemers.
Een
feest van herkenning was het aan de start vrijdagavond. Hart van Brabant, een
kudde Belgen, de F.L.A.L., drie Engelse Centurions en vele R.W.V.-ers stonden te
popelen om de regen in te gaan. De zoon van Harry Little had een mede-marinier
meegebracht en hier en daar viel nog een ander groentje te bespeuren. Sommigen
zouden doodziek uitvallen, anderen halen Den Bosch (op zaterdagmiddag) en zijn
voor het leven verslaafd.
Door
een beetje overhaast te starten wisten Rieks en ik bijna iedereen al na 500
meter verkeerd te sturen (kuddedieren). Na een blik op de routebeschrijving was
al snel de juiste weg naar de Extra Beveiligde Inrichting van Vught gevonden.
Neerlands topcriminelen zagen ons daar over duistere bospaden en door een enkel
regenbuitje sjokken. Via Cromvoirt, Udenhout en Kaatsheuvel ging het vervolgens
bijna in één rechte lijn naar de eerste rust in De Moer.
Hier
bleven we veel op fietspaden, maar zodra we een stukje zandpad erin hadden
zitten, liep iedereen dan ook subiet verkeerd. In het hart van de Loonse en
Drunense duinen weken we gelukkig niet van het fietspad af. Da’s namelijk
vragen om problemen. Iemand die daar foutief rechtsaf slaat, is heel lang
onderweg voor hij weer een pad, route of boerderij tegenkomt.
De
boswachter kwam bij de verzorging nabij de Rustende Jager even langs, maar
Regina junior en Regina senior wisten de man al snel om te praten, waarop hij er
per landrover vandoor ging. In De Moer aangekomen liep ik eerst met Marcel
Dekker een extra lusje langs de Coca-Cola fabriek van Dongen voordat ik aan de
Italiaanse tomatensoep op de hoofdrust begon. Ik moest er toch bijna een uur
wachten.
Vanuit
’t Moaske in De Moer (bekend van de 80 van de Langstraat) vertrok het peloton
met hoge snelheid richting Tilburg. Zo snel, dat ik in mijn niet optimale vorm
ze nauwelijks bij kon houden. Gelukkig ging de hele groep na een kilometer al
verkeerd. Bij een pijl die overduidelijk linksaf wees (verschillende lopers
hebben er met de zaklantaarn op staan schijnen) sloeg iedereen rechtsaf.
Daardoor liep ik ineens met grote voorsprong voorop, met Frits van Duynhoven
direct vlak achter me.
In
de volgende kilometers, met vele mogelijkheden om verkeerd te lopen en een
stormachtige wind, waren de enigen die me inhaalden twee Zeeuwen en drie Belgen.
Door bijna continu hard te lopen of een zeer dubieuze snelwandelpas te
onderhouden, waren zij de enigen die het tijdverlies goed konden maken. Bijna
dertig kilometer liepen we vervolgens in en om Tilburg door parken, bossen en
groenstroken. Sommige delen waren bekend van de winterserie van Hart van
Brabant, op andere stukken was ik nooit eerder geweest. Dit was een zeer mooi en
enigszins nat deel van de route.
Frits
liep voor ’t eerst mee en had dus geen schijnwerper bij zich. Toch liep hij
nabij de Reeshof (stadswijk ten westen van Tilburg-west) in z’n eentje van mij
weg, wat op zijn minst dapper genoemd mag worden. Ook hij zou met grote
achterstand in Oisterwijk arriveren. Toeschouwer Ad Leermakers droeg hier verder
bij aan de algehele misère. Doordat hij bovenop een pijl aan stond te moedigen,
miste de groep Haan de zoveelste afslag.
Op
enkele onduidelijke afslagen, waar overigens wel pijlen hingen, ging men
veelvuldig verkeerd zonder de routebeschrijving te raadplegen. Eén groepje
eindigde zelfs in Gilze, omdat ze
vanuit Tilburg het Bels Lijntje (voormalige spoorlijn) bleven volgen toen ze
geen pijlen meer zagen. Hoewel ik het vaak te horen krijg op wandeltochten is de
uitspraak ‘geen pijlen, dus rechtdoor’ natuurlijk te dom voor woorden.
En
aangezien ik tussen De Moer, Tilburg en vervolgens Oisterwijk geen honderd meter
verkeerd liep, kon ik er niet wakker van liggen. De orgi kreeg schijnbaar wel
een hoop gezeik aan het hoofd, want op de tweede hoofdrust, waar ik tot mijn
verbazing als één van de eerste wandelaars arriveerde, stonden ze me vragend
aan te kijken. “Was het moeilijk te vinden? Waren er pijlen weg, Frans?” Nee
dus.
Na
de lange rust en een erg kort extra lusje in Oisterwijk liep ik een tijdje met
Jill Green door het vennengebied. Ze verbaasde zich erover dat zij en beide
andere deelnemers van het eiland White de enigen leken te zijn die de
routebeschrijving daadwerkelijk lazen (of dat probeerden). Ze was ’s nachts al
enkele malen voor de zekerheid aangesloten bij een groepje Nederlanders, maar
deze bleven verkeerd lopen.
Gelukkig
was de weg van Oisterwijk naar Esch, via vennen, bossen, kastelen en een lange
rivieroever wel goed te volgen voor eenieder. Dat gaf Jill en mij de tijd om
even bij te praten over de Mond- en KlauwZeercrisis en de trouwerij van
Christina en Xavier. Bij de rijstepap, die iedereen behalve ikzelf ontzettend
lekker lijkt te vinden, liep ik in m’n eentje door. Door al dat gezellige
geklets was de snelheid er wel heel erg uit gezakt.
Aan
het begin van de middag arriveerde ik in het pannekoekenhuis van Esch. Dit bleek
om verscheidene redenen een zeer aangename rust, maar dan wel nadat ik het
laatste Long Distance Walker stempelrondje had gelopen. Met een ploegje Hart van
Brabanders keuvelde ik wat over de enorme pannekoek die Carl weg zat te werken
en onderwijl bewonderden enkele lopers één van de jongedames van de bediening.
Door haar mooie ogen had ook ik bijna een ananas-spekpannekoek besteld, maar
eerlijk gezegd had ik er gewoon geen trek in.
In Esch vroeg iemand van de orgi mij hoe laat de tassen in Den Bosch moesten zijn als de eerste lopers om 13.00 uur vertrokken waren. Met dik vijftien kilometer te gaan, zei ik maar dat 15.00 uur vroeg genoeg was. Hardlopers die voor die tijd al binnen waren, konden best even wachten of volgend jaar gewoon thuisblijven. Onderweg bleek Regina Martens senior niet gecharmeerd te zijn van deze deelnemers, waarschijnlijk omdat snelheden van 9 per uur het plannen van verzorgingsposten erg lastig maakt
De
laatste tweeëneenhalf uur (voor vijftien kilometer) ging voornamelijk door de
gemeente Vught: eerst wat rivieroever gevolgd door een mooi stukje bos bij
kasteel Maurik. Hier waren voor het eerst daadwerkelijk pijlen weggehaald,
waardoor de lopers die niet konden lezen het kasteel niet zagen. Door eventjes
de A2 te volgen, sneden ze een klein stukje af en kwamen ze toch terug op de
route. Via het dorp zelf en de polder bij het Willem-Alexanderziekenhuis kwamen
we terug in ’s-Hertogenbosch.
En
de vier echte bikkels (Van ’t Oor, Leijtens en Westerhof) deden zondag
natuurlijk de Pendrechtse molentocht nog even. Doordat de Bossche Honderd dit
jaar een eitje was, gezien het weer en het terrein, dachten te veel mensen er
een wedstrijd van te maken. Ik neem dus aan dat we al die helden in Sittard of
Loon aan de start gaan zien. Daar kunnen ze in ieder geval niet fout lopen,
alhoewel... sommige lopers zijn net een groep kleuters op een avondvierdaagse.