26 - 27 JANUARI 2001
En zoals beloofd steeg de temperatuur in twee dagen tien graden om tot in het weekend tussen plus tien en min drie te schommelen. Wederom prima weer om thuis te blijven, ware het niet dat we nog een nachttochtje hadden gepland. Een met honderd mensen sterk bezet deelnemersveld vertrok vrijdagavond vanuit 's-Hertogenbosch voor de notoire Bossche Honderd. Er waren de nodige buitenlanders (Belgen, Friezen, Duitsers) en een enkele loper die niet goed geïnformeerd had en dus met verbijstering de nachtelijke speurtocht via bospaden bezag. Wegens privé-omstandigheden (als je gaat verbouwen, moet je het ook goed doen) was de route gemakshalve dezelfde als vorig jaar. Dat lijkt plezierig, maar reeds vorig jaar schreef ik dat het één van de zwaarste tochten ooit was.
Voor mensen die niet weten wat de Bossche Honderd inhoudt, kan ik het wel even kort uitleggen. Het is eigenlijk een doorsnee nachttochtje door de Brabantse natuur, met de nadruk op 'door de Brabantse natuur'. Vlonders, klimmetjes, een enkel duinpannetje en hier en daar wat authentiek moerasland. Er is zelfs rekening gehouden met echte mannen, voor wie zo'n honderd kilometer anders maar gewoontjes wordt. Die mogen namelijk op tijden dat de rest bij de kachel zit te rusten of de onderbroek uit zit te wringen boven de vaste vloerbedekking nog eens een kilometer of tien extra lopen. In feite was de wandeling dezelfde als vorig jaar, met gelukkig een wat hogere temperatuur en minder wind, wat gecompenseerd werd doordat het deze keer enige uren langer regende dan in 2000.
De charme van de tocht is dat er ondanks de uitstekende bepijling en goede verzorging (al ontbrak er wat fruit 's nachts op de verzorgingsposten) toch altijd wel van alles misgaat. Rondom Vlijmen begon men al met het nemen van verkeerde afslagen en even later gingen bij de beklimming van een dijk de voorzitter van de L.A.T. en de voorzitter van de Euraudax door hun rug. Daarmee werd meteen duidelijk dat problemen iedereen kunnen overkomen en niet alleen de wedstrijdsecri van de L.A.T.. Die laatste zag namelijk kans om van de eerste naar de derde hoofdrust te lopen zonder ooit de tweede rustpost aan te doen. Want verkeerd lopen kan iedereen, zo bleek, maar om echt de mist in te gaan heb je wel talent nodig. In Heusden waren de verdedigingswerken na vier eeuwen nog steeds onneembaar voor enkelen en dus duurde het lange tijd voor de laatste lopers in Drunen arriveerden. Evenals een jaar geleden begon het hier te regenen en brachten de Loonse en Drunense Duinen en omliggende natuurgebieden velen ten val, waaronder pa, die bijna het Galgenwiel in Waalwijk indook.
Bij de Efteling
viel de regen er met bakken uit en werd de hutspot met rookworst erg snel
papperig als je niet onder een flinke boom ging staan. Mijn pogingen een
Duitse deelnemer uit te leggen dat dit een heel normaal verlopende Bossche
Honderd was, kwamen door de modderpaden naar Tilburg toe niet geheel uit de
verf. Hij begreep volstrekt niet dat de organisatie niet voor de verharde weg
had gekozen. "Ze weten toch dat we dit deel in het donker lopen?" En
op de rust in Udenhout konden we Ad Leermakers, die zich met ons verzopen
uiterlijk kwam vermaken, verhalen dat Loon op Zand en de boomkwekerij er nog
net zo ondergelopen bijlagen als de vorige keer. Hele Noordoostpolders kunnen
we in Nederland leegpompen, maar drie hectare akkers nabij Udenhout
droogleggen lukt ons niet.
During the Bossche 100, a 100 km walk in januari 2001 (it rained for about ten hours straight) around Den Bosch: This is the cramped resting place in Udenhout after 65 km. Ad Leermakers, who did not participate, dropped by to enjoy the sight of all those wet and miserable walkers. Only very experienced walkers (often Centurions) do this 100 km, as it is very hard and sometimes a bit dangerous.
Na de rust bij Boslust, waar velen op de gok droge sokken aantrokken, liepen we door de Brand naar de duinen. Misschien kent u mijn uitspraak moeras + hoog water = zwemmen nog, maar voor zwemmen was dit gebied net niet diep genoeg. De droge sokken bleken overigens wel tevergeefs. De daarop volgende twintig kilometer duinen via Waalwijk en Drunen naar Giersbergen begonnen rustig, met wat zandvlaktes en heuveltjes. Daarna volgde de Roestelberg waar de aanwakkerende wind ons al snel begon te verkleumen. Gelukkig konden we na het Steegerf in Drunen warm worden doordat we over de beruchte rij stuifzandheuvels (een stuk of zes achtereen) gestuurd werden. Erg snel gaat dat na 80 kilometer lopen niet, maar mooi is het er zeker wel. De duinen werden afgesloten met de rust in Giersbergen. En hoewel ik de perenvlaai van de Rustende Jager even verderop prefereer, was de appeltaart bij de Drie Linden ook erg lekker.
Slachtoffers en
uitvallers vielen er genoeg in de duinen, al kwamen we daar pas in Den Bosch
weer achter. Een aantal lopers was namelijk al ver voor ons binnen, sommigen
met mitella en anderen met een zeer pijnlijke rug. Op de laatste vijftien
kilometer via Cromvoirt en Vught konden we redelijk vooruit komen. Er was hier
en daar wat modder en tussen de opklaringen door nog wat regen, maar echt
afzien was alleen het geouwehoer van de O.L.A.T.-snelwandelaar in ons midden.
Aangezien hij meestal niet meer dan tien loopt op het Langepad, koos hij
vandaag voor een voorzichtige honderd, maar aan z'n gewauwel (Brabants voor
geouwehoer) te horen, had hij nog genoeg energie over.
The Bossche 100 (2001): after 95 km at a feeding near Vught. Huib van Broekhoven, Arie den Hartog (Centurion, wearing bright red jacket), a walker called Piet, Kees Lambregts (black hat), Wim Blom and two volunteers making coffee and tea. When I took this picture of the first walkers, we started to become a bit more cheerful being so close to the finish, although judging by the clothing the weather is still awefull.
Van het hele groepje waarmee we richting finish gingen zag alleen Aat wat witjes, maar terug in Den Bosch herstelde hij ook snel. Snel genoeg in ieder geval om mij achterna te zitten, nadat ik had gezegd dat honderd kilometer voldoende was voor een oude man als hij.
In Den Bosch duurde het gelukkig geen eeuwigheid voordat pa ook terug was en we naar huis en onder de douche konden. Ja, hij mag dan bijna opa worden, erg ver loop ik vooral met verplichte rustposten niet op hem uit. Terwijl ik zat te wachten was goed te zien dat de meeste niet-Brabanders het eten van de chocolade bol (of Bossche bol, al was het er deze keer één uit Waalre) niet echt onder de knie hebben. Met de slagroom en chocolade verspreid over neus, kin en handen zagen de Belgen, de Waalwijkers en enkele jonge toeschouwers die hun vader ophaalden er erg amusant uit. En nu de Hollandse winter zich twee dagen van deze kant had laten zien, kon het weer een dag later weer helemaal omslaan, waardoor de R.W.V. zondag ineens bijna honderd deelnemers meer dan zaterdag kreeg en wij in het bleke zonnetje weer een beetje op temperatuur konden komen.