28 - 29 JANUARI 2000
Eindelijk een echte Bossche Honderdtien
Al jaren vertellen we onze mededeelnemers aan deze tocht dat ze nog nooit een echte Bossche Honderd meegemaakt hebben, want al jaren is het droog, koud of mistig. Kortom, uitstekende omstandigheden voor een interressante nachttocht. Dit jaar kwam er echter een einde aan ons gezeur. De familie Martens schotelde ons één van de zwaarste routes ooit voor, waarna de weergoden met urenlange regenbuien en een stormachtige wind ook nog een duit in het zakje deden.
Met ongeveer 90 personen (waarvan er zo'n 8 uit zouden vallen) vertrokken we uit de ruime, vernieuwde Concordiakantine in 's-Hertogenbosch. Via wat woonwijken liepen we de stad langs het Engelenmeer. En met enkele lusjes ging het door de polder naar Vlijmen, Hedikhuizen, Haarsteeg en Heusden. Een zuidwesterstorm en een zeer steile, donkere en dijkverzwaarde dijk waren op dit gedeelte de voornaamste hindernissen, zodat men, eenmaal in het oude havengebied van Heusden aangekomen, al behoorlijk buiten adem was. Door de duisternis konden we op dit deel helaas niet van de mooie uitzichten genieten. Ook het stuk van Heusden, via de Eendekooi en de Zeedijk (Elshout) naar café De westhoek in Drunen is erg rijk aan natuur, maar doordat de helft van de lopers hier de pijlen domweg voorbij liep richting Dussen en door het begin van een regenbui had ieder er weinig oog voor.
Na 29 kilometer was het dus tijd voor de rust in de startplaats van de Fellenoordtocht. Ook werd hier het eerste extra lusje gelopen voor de honderdtien kilometer (onzinnig gedoe). Met een groepje van twintig liepen we een rondje over de route van de 80 van de Langstraat, waar we nog vele verdwaalde wandelaars uit de richting Dussen zagen komen. Het kostte ons ook veel moeite hen duidelijk te maken dat we ze de kortste weg naar de rust wilden wijzen.
Daarna ging het, inmiddels in de stromende, striemende regen, via het Halvezolenlijntje (nu een fietspad) naar Waalwijk. De lus via de kanaaldijk, de zandafgraving, Drunen en wederom de kanaaldijk beviel me minder, temeer daar we mijn warme bedje in mijn ouderlijk huis op zo'n 300 meter passeerden.
Allengs werd het terrein ook slechter. Over Plantloon en langs het Galgenwiel (weer Waalwijk) voerde de route ons naar de Loonse duinen en de IJsbaan, om ons vervolgens via wat fietspaden bij de stamppot met worst naast de Efteling te doen belanden. Gelukkig week men hier niet van de hoofdpaden af, want midden in de nacht is dat vragen om moeilijkheden. Vanaf de Efteling ging het daarna afwisselend langs de snelweg en door de bossen van park Lobelia (Kaatsheuvel) naar de rand van Tilburg. Hier is het risico van het nemen van bospaden veel kleiner (minder kans om te verdwalen) en dus was het meteen ook ploeteren geblazen. Modder, volslagen duisternis en een flinke hoeveelheid hemelwater; het moreel daalde gestaag.
Hetzelfde geintje dat ze ons bij de kanaaldijk hadden geflikt, deden ze in Tilburg nog eens: de snelweg over en aan de overzijde gewoon een heel eind terug lopen. Het laatste stuk voor de rust bij Boslust in Udenhout bevatte de polder bij Loon, een stukje moeras en een boomkwekerij die ons allen nog lang zal heugen. Het was dus geen wonder dat het groepje dat hier het extra lusje deed (met wederom wat moeras en de boomkwekerij, al was het nu in het ochtendlicht, dus je zag de diepe sloot veel beter liggen), gekrompen was tot tien man. Het aantrekken van droge kleren op deze rust bleek een goede gok, want na een uur of zes regen werd het eindelijk redelijk droog. Vanaf de 59 kilometer begon hier echter de Bossche Honderd pas goed. Via moerasgebied de Brandt gingen we nationaal park in oprichting de Loonse en Drunense Duinen in.
Met vele lusjes en omwegen kwam de route eerst terug in Waalwijk (over de Roestelberg) en ging via het Steegerf (Drunen) naar De drie linden in Giersbergen (op 84 kilometer voor de honderd kilometermensen). Na het moeras werd ook het duinzand niet gespaard (zelfs Hart van Brabant zou hiervoor terugschrikken op hun winterserie). Het meest slopende waren echter de smalle paadjes over heuvelruggetjes aan de duinrand. Van 25 kilometer lang klimmen en dalen krijg je het behoorlijk warm en krijgt de verzuring vrij spel. In Giersbergen konden de ware helden hun laatste extra lusje doen alvorens achter de gehaaste wandelaars aan in rechte lijn op huis aan te gaan.
Via Cromvoirt, de IJzeren Man (recreatieplas) en de Vughtse heide gingen we terug. Na een laatste stukje bikkelen (windkracht 8 of zo in de polder bij het Bossche ziekenhuis) kwamen de eerste familieleden al in zicht. De familie Van Broekhoven stond hun pa op te wachten en ook ik kon in de verte mijn moeder reeds onderscheiden. Gerrit raakte van al die toeschouwers zo afgeleid dat hij nog even tegen een betonnen paal liep, maar zonder kleerscheuren kwamen we (Van Broekhoven, Van Haendel, Den Hartog en ik) bij de Bossche bol aan. Natuurlijk waren er al wat hardlopers en jagers binnen, maar die hadden (ondanks hun blijkbare energieoverschot) niet de tien kilometer extra gedaan (de extra kilometers door het fout lopen had iedereen wel gedaan).
Nadat enige tijd later ook pa en Ernst (beide honderdtien) gearriveerd waren, kregen we van Ernst Westerhof een lift terug naar Drunen voor een warme douche en schone kleertjes. En met verbazing aanschouwden we de berg tassen van mensen die nog lang niet binnen waren. Want ik vraag me af wat sommige mensen op deze tocht te zoeken hebben. Dat je op de zwaarste Bossche Honderd sinds jaren wat later binnen bent, is niet meer dan normaal. Maar om binnen de eerste dertig kilometer al meer dan anderhalf uur achter te liggen, is wel heel extreem. Daarom werkte het lusjessysteem van de organisatie voor de L.D.W.-stempel bijzonder goed: niet op tijd op een rust, dan geen extra kilometers lopen. Want hoewel het knap is dat sommigen het toch uitlopen, kunnen ze het misschien beter bij WS’78 houden.
Flink wat deelnemers lijken ook de meest elementaire wandelvaardigheden te missen. Heel stoer hard lopen lukt ze nog wel, maar energie overhouden om de routebeschrijving te lezen of de pijlen te volgen zit er vaak niet meer in. Ik weet in de duinen bijna blindelings de weg, maar de grillige route volgen via de veelvuldig weggehaalde bepijling is toch iets waar je je koppie en de beschrijving bij moet houden. Als Jaap Visser en Rob Wiche (liepen grote stukken bij me) de weg niet weten, blijven ze tenminste in de buurt van mensen die dat wel weten. Voor Belgen en Friezen ligt dat schijnbaar heel wat moeilijker. Met andere woorden, ben je verkeerd gelopen, eigen schuld. Dat dit verhaaltje de route nogal schilderachtig en geografisch beschrijft, heeft u aan Jaap en Rob te danken, die denken dat ik een wandelend reisbureau ben. Onderweg word ik verondersteld regelmatig een beschrijving van de omgeving te geven, maar aangezien dat niemand zal onthouden, doe ik het hier nog maar eens. Verder: bedankt verzorgers en organisatie voor jullie goede, zware en soms bijna onmenselijke werk. Dit was een hele echte.