*** De “Bossche 100” ***

bron: http://home.hetnet.nl/~amj.simons/De%20Bossche%20100%20van%20's%20Hertogenbosch.htm

  Per trein naar Den Bosch terwijl we zware sneeuwbuien thuis achterlieten, verraadde de reis dat het buiten snel avond werd. Gekleurde lampen schoten variabel als licht voorbij. Alleen sneeuw óp de bielsen markeerde in vast ritme de rails. Op het ergste voorbereidend af en toe onderbroken door een gelezen verhaal uit de “Rails”, bracht het ons gelaten na een korte aanloop daar, waar primitief een bagagelabel nog moest worden gemaakt, eer we een dik uur later om 22.03 uur langs verlichte etalages met de duisternis mochten duelleren.

  Zo gingen de “Centurion-tank” Marcel, de “Haas” Angelo en de “Diesels” Han en Vic met mij als homogeen NOAD op pad. Nog voor de eerste wagenrust proefden we de smaak van deze ware survival en klauterden we over een smalle richel op handen en voeten – i.v.m. het hoge water – onder een brug door en het eerste grimmige was een feit. Opgewarmd met óververhitte koffie werden we nog ongewild getuigen dat nachtvorst, bochtige wegen onvoorspelbaar en gevaarlijk glad kunnen zijn, die automobilist geloofde het ook te laat pas; Nadat hij niet meer óm die lantaarnpaal heen kon. Half langlaufend liepen we nabij de Zuid-Willemsvaart als vijfvingerblad van NOAD-stam en gingen langs een onbekend gebleven kasteel via Heeswijk en Veghel naar de eerste caférust in Eerde. Het dorre gepluimde riet wees de weg verder langs het massale water. Tot boerenkool mét worst voor vijven ons inwendige mocht versterken en koffie deed de rest. Angelo haasde ons haastig uurgemiddelde soms ’n uurlang onafgebroken dik over de “acht”. Voor de tweede caférust ervoer ikzelf dat wandelen ook zijn inzinkingen kent. Anderen wisselden na 64 kilometer in Udenhout overmoedig hun schoeisel inclusief schone sokken zónder te willen weten dat modder ondanks de volle maan dra wéér zou zegevieren. Vic wist het snel door zijn noodstop dat het gepleegde water mét hem het diepste punt zocht. Als gepaneerd mocht hij deze overleving soppend voortzetten. En Marcel groeide als hij ’n jogger soepel als een hinde kon passeren. Terwijl Han als een diesel zich al warm liep met een blik naar zijn toekomst Mergelland.

  Zo bevochten we striemende braamstruiken en steeple’den we ruig omgroeide greppels en jumpten over sloten. Na de zesde wagenrust, liep ik preventief vooruit omdat mijn enkel plots ontzettend pijn ging doen en teveel rust zou misschien ondraaglijk kunnen worden; Daarom nu solo, de zandpan van de Loonse en Drunense duinen had mij al genoeg geforceerd. Vlot binnen vijf minuten ná de laatste caférust in Drunen, zocht ik m’n ritme weer met dezelfde schoenen; Ze hielden als niet gewisseld de eer ná tachtig komma acht voltooide kilometers. Al kruisten nog ongeloofwaardig zes vluchtige reeën mijn weg en lokte een pijl op afstand mij over drie ondergelopen greppels, kon ik het tempo “acht” verder vergeten terwijl miezerige motregen op zijn beurt mijn vooruitzicht wél door mijn bril heen verkleinde. Waar blijft die laatste wagenrust nou? Met die vraag moesten de vroegtijdigen zonder verzorging verder. Geconcentreerd vonden we de dubbel gekrijte pijlen moeilijker terug op het natte macadam door de inmiddels aanhoudende regen. De stichting van “De Bossche 100” trakteerde ons niet alleen met zijn loodzware én zeer variabel terrein, het beloonde al haar moedigen met een gesigneerd diploma en een heuse roomrijke bosschebol.

  Na een kort en klassieke jeeprit, bracht de trein ons met het weekendretourtje warm en weer veilig thuis. En het koude douchewater werd deze keer vergeven als dank voor hun service en goed bewijzerde route.

  Terwijl de wasmachine zijn overuren ging draaien, zat ik met m’n linker pootje omhoog in de luiestoel door een kanjer van een bloeduitstorting; De latere diagnose zou een spierscheurtje zijn. En al zegevierend lik ik mijn wonden.

 

Mathieu Simons

17/18 september 1994