De 2e Bossche 100      door Wim Bakker

 

    De goede herinneringen aan de 1e  Bossche 100 stonden nog in mijn geheugen gegrift. Daarnaast hoorde ik wie er wilden zijn, genoeg reden voor mijn aanwezigheid. Broeder C.74 ging nu ook, dus onze vervoersproblemen waren nihil.

     Op het startbureau Sportpark Wolfsdonken was er een internationaal pluimage. Na de toespraak over de markeringslinten en pijlen, en de uitleg in 5 talen konden we vertrekken.

   Van de 49 wandellustigen waren er : 1 Oostenrijker, 3 Denen, 3 uit Wallonië en 4 Vlamingen. Om 22.00 uur werden we losgelaten. Samen met o.a. Eddie in de achterhoede. We zijn geen hardlopers, maar volhouders.

    De stad waren we nog niet uit of we kregen al een leuke grashelling met de oude spoorbaan. Dat beloofde voldoende.

    Via VUGHT en vele gissingen over de markante gebouwen van Den Bosch geraakten we in het donkere bos verzeild. De lantaarns voor ons waren  er reeds vandoor. Geen probleem: we wandelden met de Oostenrijker ( de jongste deelnemer 75 .jaar ) even heuvelopwaarts, om even te onderzoeken waar de voortrekkers uithingen. Dat leverde het volgende op: we bevonden ons op zeer korte afstand van het eerste versterkingsstation. Dit was bemand door Ria Leyten, Henk Vermonden en de heelmeesteres voor de voeten Tonnie de Boer. Bij gasverlichting voorzagen ze ons van ons natje en droogje. Geen probleem om na 8,3 km en gesterkt de post te verlaten.

    Maar wat zo leuk is: al die aparte dingen onderweg. We hobbelden door Maaskantje en daar begon de dorst bij Eddie al te gelden. Maar om nu die fles melk te verorberen, dat zagen we toch niet geheel zitten. Door de buurtschap Poeldonk, waar we de eerste kristallen van de vorst konden ontwaren aan de bomen. Zo'n leuk oud stalen wandelboompje passeerden we, na de welbekende blik daarop. Onze jongste deelnemer Schauer liep nog even met ons op, maar nadien hebben we hem niet meer gezien. Over de Poeldonksedijk, met de frisse oostenwind op ons koppie, ging het heerlijk. Met de discussie over het geografische deel van de tocht, wandelden we stillekes toch weer aan op de wagenrust op 18 km., waarbij we bij een andere verzorgingsploeg aanklopten voor versterking. Mijn persoonlijke doping was hier ruime mate aanwezig. Bruin brood dus!!! Maar wie schetst onze verwondering op de post. Keuze uit drie soorten soep met gloeiend heet water, heerlijk. Chinese soep, kippensoep of tomatensoep, daar lustten we wel twee bekers van. Zo, op de achtergrond, de ruïne van het kasteel van Seldensate.

    Inmiddels schrijven we zaterdagmorgen 1 uur, tijd om te vertrekken. Langs Middelrode in noordelijke richting. Dit konden we samen na de nodige berekeningen en gissingen uitvissen. Met de klok en de stand van de overwegend heldere maan, ben je daar geruime tijd en meters mee doende. 100 km., maar je verveelt je in het geheel niet.

    Steeds kom je weer wat anders tegen. Nu wandelden we door een weidegebied naar Kaathoven, waar we weer bij de Groene Wereld kwamen, op 25,5 km. Koffie en brood, wat fruit voor onderweg kregen we en we weer verder gingen. Door Loosbroek met zijn kerk en pastorie die en aan elkaar gebouwd zijn en in elkaars verlengde staan een unieke situatie.

    Het maanlicht liet zijn volle en fraaie schijnsel stralen in een speciaal gegraven visvijver te Heeswijk.

    Café Stanserhorn was de de café-rust. Het derde deel zat achter onze schoenzolen, effe heerlijk van de rust binnen en van de koffie genieten. Maar om 03.45 uur werd vertrek aangekondigd, de “snelle jongens” en Annie trokken de spurt alweer aan. Zo’n parcours en dan toch boven de 8 km sjouwen dat is conditie en klasse. Tussen enkele kasteelboerderijen door, alwaar we door opschriften van de organisatie tot stilte werden gemaand. Later bleek dat dit stuk de stichting cq. uitzetter Theo veel moeite had gekost om doorgang te verkrijgen. Maar bet aanschouwen van de schemerige omtrekken van het uit 1629 daterende kasteel van Heeswijk, eens bewoond door Napoleon, was die moeite zeker meer dan waard. Broeder en ik hobbelden nog wat fiets-,zand- en modderpaden af alvorens we belandden op de 42 km post. Do leren lap word hier weer omgetoverd tot een gebruiksvoorwerp. Het brood en de bouillon verdwenen in onze magen, daar we snel klaar waren met onze drie gangen maaltijd, zagen wij ons genoodzaakt de kuierlatten maar wederom aan te trekken. Via Wijbosch en langs de R.K.Kerk van Eerde geraakten we op de 5e wagenrust.49.0 km. hete erwtensoep met of zonder worst, daar maakten we geen probleem van, als je honger of dorst leed op de post, was dat geheel aan je eigen te wijten.

    Sneetje van dat donkere roggebrood meegenomen voor onderweg om op te knabbelen. 1 deelnemer uit de achterhoede moest zich hier even te ruste leggen, bijslapen zogezegd, onder zeil was hij! De helft zat er onder!

    Over de bevroren zandwegen en bospaden vervolgden we samen de route. De oude goederenspoorweg naar Boxtel ging nu een grote rol spelen in het parcours. Over de Rooische en Schijndelse Heide strompelden we via Olland en Kasteren naar Lennisheuvel. Hier was echt het Rooise landschap te herkennen, de onuitwisbare populieren, ook zie je hoe laag gelegen dit gebied is. Het fraaie hakhout is alom aanwezig, maar ook de kleinschaligheid van de percelen weidegrond springen nadrukkelijk in het oog.

    In gebouw ORION heerlijk onderuit met een bakje troost. De rusten waren goed ingespeeld met de noodzakelijke dopingattributen. Maar dan kom ik met m’n vermoeide uitgemergelde lichaam en vraag dan om half negen (‘s morgens) aan de herbergierster om SOEP. Dat was niet te leveren, jammer voor mij, maar wat wil je. De EHBO hoefden we ook op deze post niet te raadplegen, niet dat die mensen zonder werk zaten, dat niet. Wij konden verder na de broodnodige rust. Vanaf dit punt was er weer een nieuwe medewerker aanwezig. Harrie Vollenberg was gecharterd voor de noodzakelijke werknemer van de afdeling papierverwijdering. Zelf dienden we wederom weer even in de goede pas te komen. Daarvoor hadden we nog 36,8 km de tijd.

    Maar tijd speelt op zo’n tocht ook eigenlijk geen rol. Je hobbelt, je kletst, je slaapwandelt, daarbij is niets meer rustgevend dan het genieten van de schone omgeving waar we doortrokken. Harrie zorgde voor de variatie op dat moment. Nieuw gezicht, nieuwe gesprekken. Niettemin wandelden we toch nog steeds in een lekker tempo door Lennisheuvel en over de mooie Kampinasche Heide. Lekker door de bossen geraakten we op 69,3 km nabij de post van Gerard en Rien v.d. Wijst en met Bob van Rijn, die konden beschikken over een auto met caravan. Wat koffie en brood verorberd, beker hete bouillon en we voelden ons geroepen om de kuierlatjes weer onder te binden. Het waren geen “Latten” meer, ze waren net als wij wel wat gekrompen- in de afgelopen uren! Verder richting het westen, alwaar we beiden ‘t Stokske te Moergestel wisten te bereiken. Maar daar het nog te rap was om weer zo’n rust in te lassen, kon dat niet. Op de goede weg belandden we in Oisterwijk. Vlakbij bet openluchttheater was de 8e wagenrust gepland. De koffie met ging lekker naar binnen. Op zo’n houten paaltje, doorsnede 30 cm, werd je aangereikt wat je wenste. Echt, je werd in de watten gelegd.

    Maar ondertussen was een zo’n paaltje heel opvallend. Deze was geheel overwoekerd met fraaie paddestoelen. De kringloop in de natuur werd hier weer eens mooi getoond. Het betekende uiteraard de ondergang van de paal!

    Maar er diende wederom gelopen te worden. Na de maaltijd maakten we aanstalten daartoe. Langs en tussen de alom aanwezige fraaie vennen. Aan bosonderhoud werd hier op zaterdag ook gedaan. Het versperde menigmaal onze. vermoeide onderdanen.

    Vroeger had men nog eerbied voor vermoeide voeten, maar tegenwoordig,vergeet het maar! Even klauteren tegen de heuvel op. Dat bleek het laatste te zijn van het mooie gebied dat Oisterwijk heet. Weer over het spoorlijntje van Boxtel, richting Kasteel van Haaren.

    Dit Nemelaer stamt uit een grijs verleden, nl. 1303, in de 16e eeuw verwoest en in 1880 herbouwd. Zelf hadden we weer dorst, gelukkig de café-rust op 81 km hadden we bereikt. Een klein gedeelte van de wandelfamilie was hier neergestreken om ons op te peppen. Hier was de uiterste vertrektijd 14.00 uur, maar dat wilden we niet geheel gebruiken. Even de inwendige mens versterkt, o.a. koffie, die dronken we met sloten! Máár toen, het opstappen!

    Eddie wandelde weer snel in zijn ritme, maar op stuk, wat liep en voelde ik me beroerd en ellendig, net zo’n “ouw menneke” van 79 jaar met een vermoeid lichaam. Het lopen wordt na 1 km beter. Het was niet zover voor de chocomel-post op 87 km, heet of koud, maar net wat je wensen waren. Gerard, Rien en Bob waren goede verzorgers. Je kent ze, zeker in zo’n kleine groep, dan staan contacten toch heel nader. Het zonnetje was er heerlijk, maar daar we voor donker in Den Bosch wensten te zijn: Opstappen!! Over de zandweg naar de Vughtse Hoeven. Dit was de uitbreiding van Vught,die in kor te tijd was bebouwd. Langs Sparrendaal, het klooster, het zandwegje van vroeger de Loonse Baan, over de Vughtse Heide met z’n schietterrein en Lunetten.

    De 10e wagenrust was voor ons de fruit- en bouillonpost. Na het vertrekken passeerden we een ouder echtpaar, dat vrouwtje zegt tegen Eddie: het gaat niet meer zo goed!

    Eddie antwoordde: mag het na 93 km ? Ja zegt Jago; Hij heeft 93 km gelopen.

    93 km antwoordt de vrouw. Nee, DAT kan niet, want dat kan geen mens……

Nu word bet bekend terrein, het Afwateringskanaal. Even aanpoten, nu kan het nog.

    Dadelijk voorbij het bord 50KM was bet gebeurd met onze gezwinde pas.

Lekker voldaan, moe, kwamen we samen aan het sportpark “Wolfsdonken”.

Effe kletsen, toen richting douches. Maar de “comfortabele” toestand van die watergevers viel buiten do verantwoording van de organisator.

Organisator, medewerkers en allen die meehielpen

 

             B E D A N K T
                                                                                                                        Win Bakker.